Weer loos alarm?
In Argentinië gaat Javier Milei overheidsverspilling met een kettingzaag te lijf, Elon Musk wil in de VS flink gaan snijden in het ambtenarenapparaat en in de EU verkeren zowel Duitsland als Frankrijk in een regeringscrisis door overheidsfinanciën die uit de hand lopen. Moeten we ons weer zorgen gaan maken over staatsschulden, overheidsbegrotingen en de houdbaarheid van de verzorgingsstaat?
Al minstens sinds het Bretton Woods-akkoord van 1944 voorspellen doemprofeten, niet zelden met een Oostenrijkse School-achtergrond, een financieel Armageddon door een faillissement van overheden en het financieel stelsel. Toen president Nixon in 1971 als laatste munt ook de dollar loskoppelde van goud, beving die sombere verwachting al wat meer mensen. Door de financiële crisis van 2008 begon het idee dat er mogelijk sprake was van een systeemcrisis en niet de zoveelste tijdelijke dip, voor het eerst door te dringen in de mainstream media. Maar er zijn ook geruststellende geluiden te beluisteren, vaak van aanhangers van de zogeheten ‘Modern Monetary Theory’ (MMT).
Volgens deze theorie hoeven we ons over voortdurend oplopende staatsschulden geen zorgen te maken; die zijn op geen enkele manier een last voor de burger. Dat dacht bijvoorbeeld ook onze vorige minister van Financiën, Sigrid Kaag. Op een vraag van tv-presentator Jeroen Pauw over nieuwe kabinetsplannen, ‘Wie moet het betalen?’, antwoordde zij stellig: “Het is niet de gemiddelde burger.”
De mythe die met de MMT moet worden ontkracht, is dat de overheid geen geld van zichzelf heeft en alleen kan uitgeven wat via belastingen en schulden wordt opgehaald. Overheidstekorten en -schulden vergroten volgens deze theorie juist onze welvaart en collectieve spaartegoeden. Immers, wat de overheid ’te veel’ uitgeeft, moet ergens in de samenleving worden gedekt door een surplus, een overschot.
Dit verfrissend nieuwe en vernuftige inzicht werkt bevrijdend. Het verkondigt een ‘Blijde Boodschap’ met stralende vergezichten voor alles wat de mens zich maar kan wensen, zij het vooral als politicus of kiezer. Denk aan het tot stand brengen van een goede en voor iedereen toegankelijke gezondheidszorg, goed en toegankelijk onderwijs, werkgelegenheid voor iedereen, een universeel basisinkomen, een goede infrastructuur, een duurzame, klimaatbestendige economie, 25 miljard om 0,000039 graden opwarming te voorkomen, etc. De traditionele sceptische vraag over betaalbaarheid en lastenverdeling maakt geen indruk meer. Financiele beperkingen zijn niet meer een blijk van onvermogen, maar van onwetendheid, of in het slechtste geval, onwil, die de vooruitgang in de weg staan.
De belangrijkste bewering van MMT is dat een overheid die ‘monetair soeverein’ is, d.w.z. die haar eigen geld creëert, een onbeperkte capaciteit heeft om voor de dingen die ze wil kopen te betalen en om beloofde toekomstige verplichtingen na te komen. Insolvabiliteit en faillissement van de overheid zijn daarom niet mogelijk. De theorie verleent een prettig retorisch overwicht. Wie niet overtuigd is, kan makkelijk worden weggezet als een naïeve, ongeïnformeerde leek, misleid door conventioneel denken waarin een overheid, net als een huishouden, de hand op de knip moet houden en binnen de grenzen van een budget moet blijven. Dat is absoluut niet nodig, volgens de diepere inzichten van de MMT. Anders dan een particulier huishouden in de particuliere sector, heeft een monetair soevereine overheid geen inkomen nodig om uit te geven. De overheid ‘maakt’ immers zelf het geld dat ze besteedt. Zuinigheid en begrotingsdiscipline kunnen op de mestvaalt van de geschiedenis.
Technisch is er inderdaad geen enkele beperking aan het vermogen van overheden om nieuw geld te creëren en in de economie te pompen. Dat is echter geen nieuw inzicht. Het is altijd wel duidelijk geweest dat overheden op drie manieren de beschikking kunnen krijgen over reële goederen en diensten: door belastingen, door schulden en door inflatie, oftewel geldschepping.
De MMT is dan ook niet echt nieuw of ‘modern’. Staatsschulden worden al van oudsher vergoelijkt als ‘broekzak-vestzaktransacties’ en ‘schulden die we aan onszelf hebben’. Veel van de verkondigde visies zijn van oudere datum. John Law, de Schotse econoom en speculant die in het 18e-eeuwse Frankrijk verantwoordelijk was voor de Mississippi Bubble, een van de eerste kredietbubbels in de geschiedenis, was tevens een van de eerste theoretici van de MMT. Ook de nieuwste versie van de theorie vindt zijn oorsprong in de beleggerswereld. De hedgefonds-trader Warren Mosler wordt algemeen gezien als vader van de ‘moderne’ theorie. Zijn ervaringen als handelaar op financiële markten en het geld dat daar rond klotste brachten hem in de jaren ’90 tot de vraag waar al die dollars oorspronkelijk vandaan komen. Hij kreeg de boekhoudkundige ingeving dat, voordat de overheid dollars aan ons, de belastingbetalers, kan onttrekken (debiteren), ze die eerst moet toevoegen (crediteren). Hij redeneerde dat de uitgaven eerst moesten komen, want waar zouden anders de dollars vandaan komen die nodig waren om de belasting te betalen? MMT geniet ook nu een opmerkelijke populariteit in kringen van speculanten, beleggers en investeerders en wordt meer via social media dan in economische literatuur uitgevent.
Op ‘X’ verscheen bijvoorbeeld onlangs deze korte uitleg: “Maar wat betekent zo’n overheidsschuld nu echt? Als de overheid 100 euro uitgeeft, stort ze dat geld op de bankrekeningen van gezinnen en bedrijven. En als de overheid 90 euro aan belastingen heft, haalt ze dat van onze rekeningen af. Maar per saldo blijft er tien euro op onze gezamenlijke bankrekeningen achter. En wij, de gezinnen en bedrijven, kunnen dat geld uitgeven, investeren of sparen. Dat is goed voor de economie.”
Klip en klaar, geen speld tussen te krijgen!
Toch is het beter voorzichtig te zijn met die speld; voor je het weet spat de zeepbel uit elkaar!
Een gesmeerd systeem
De MMT is namelijk vooral een beeldende beschrijving van een gesloten hydraulische kringloop.
De theorie heeft echter weinig verhelderends te melden over een echte economie waarin mensen van vlees en bloed proberen het leven te veraangenamen door met schaarse middelen goederen en diensten te produceren die voor hen waardevol zijn. MMT vraagt ons de economie als een kringloop voor te stellen. Zolang de druk in dat systeem maar op peil wordt gehouden door een voldoende aanvoer van geld, draait de economische motor zacht zoemend naar tevredenheid van de aanhangers van MMT. Werkgelegenheid en inflatie zijn de twee metertjes op het bedieningspaneel van de MMT-er. Zij laten zien of het systeem voldoende op druk blijft. Inflatie wijst op overdruk in het systeem. De MMT ingenieur kan dan met een belastingverhoging een veiligheidsventiel open zetten om druk van de ketel te halen. Werkloosheid, of, vollediger, onderbezetting van het productieapparaat, wijst op onderdruk in het systeem.
De druk kan dan worden opgevoerd door extra geld in het systeem te pompen1. Werkloosheid biedt ruimte voor meer overheidsbestedingen en zelfs tekorten op de overheidsbegroting.
De particuliere sector heeft in de MMT wereld geen zelfstandig belang. De overwegingen, keuzes
en het handelen van mensen spelen in het mechaniek geen enkele rol. De belangrijkste beweringen van de theorie, over de oorsprong van geld en het karakter van schulden, negeren ze zelfs
volledig.
Dankzij de overheid?
Volgens Mosler wordt de overheid niet gefinancierd door ons, belastingbetalers, maar financiert
de overheid ons. De overheid besteedt haar zelf gecreëerd geld, brengt het daarmee in de economische kringloop en voorziet burgers aldus van de middelen om belasting te betalen. De ‘inkomsten’ van de overheid zijn in deze visie dan ook te beschouwen als een vorm van aflossing van de ‘belastingschuld van de burger’. De burgers gebruiken het door de overheid gecreëerde geld omdat ze alleen daarmee hun belastingen kunnen betalen. Het gebruik van een munt voor een specifiek doel, het betalen van belasting, kan echter niet verklaren hoe die munt als algemeen aanvaard ruilmiddel geaccepteerd wordt. Het is alsof AH-spaarpunten overal gebruikt kunnen worden om her en der auto’s, paarden of huizen te kopen. Dat kan alleen onder heel specifieke omstandigheden die duidelijk beschreven zouden moeten worden.
De introductie van nieuw gecreëerd geld door de overheid maakt ook niet duidelijk hoe de koopkracht van geld tot stand komt. De koopkracht van geld is de ‘prijs’ van geld in alle andere goederen. Als een overheid geld in een economie introduceert, zou de koopkracht alleen volkomen willekeurig vastgesteld kunnen worden, in de, waarschijnlijk ijdele, hoop dat die prijs door de markt geaccepteerd wordt. Het regressie theorema van Mises herleidt de koopkracht van geld in een lange ontwikkeling tot de koopkracht van het meest algemeen geaccepteerde ruilgoed. Het MMT verhaal is dan ook moeilijk te rijmen met de historische ontwikkeling van geld. Dat is een geschiedenis van een geleidelijke ontkoppeling van geld van zijn reële, fysieke waarde, belichaamd in goud en zilver; van het dagelijks gebruik van gouden, zilveren en andere metalen munten, via een vaste waarde van papieren geld in goud, tot nu, met alleen papieren en elektronisch geld, zonder enige fysieke binding. Het papieren en elektronisch geld van nu blijft alleen functioneren als betaalmiddel dankzij uitgebreide wettelijke verplichtingen, verboden en steunmaatregelen.
De garantie dat we met het door de overheid uitgegeven geld onze belasting kunnen betalen is blijkbaar nog steeds niet voldoende om zeker te stellen dat iedereen het geld ook
blijft vertrouwen en gebruiken.2
De overheid creëert volgens de MMT ook de maatschappelijke besparingen door haar begrotingstekorten en het aangaan van schulden. De schulden die de overheid maakt, worden gelijk
gesteld aan de spaargelden van de particuliere sector. Met die boekhoudkundige gelijkstelling,
wordt het bestaan van particuliere investeringen gemakshalve weg gedefinieerd. Zoals vaker gedijt de theorie op de verwarrende verbijstering die haar uitspraken wekken. Het is echter niet
meer dan een open deur; dezelfde boekhoudkundige gelijkheid geldt voor elke schuld: de schuldenaar debiteert wat de schuldeiser crediteert.
Inflatie en zwarte gaten
Geld is een bijzonder economisch goed. Het is geen consumptiegoed en geen productiegoed,
maar een algemeen aanvaard ruilmiddel. In principe is elke geldhoeveelheid voldoende om alle
goederen en diensten te verhandelen. Nadat geld is geïntroduceerd en zijn rol als algemeen aanvaard ruilmiddel vervult, levert een verdere toename van de hoeveelheid, anders dan bij andere goederen, geen (maatschappelijke) voordelen meer op. Integendeel, uitbreiding van de geldhoeveelheid leidt vroeg of laat tot verlies van koopkracht van de munteenheid. MMT-ers onderkennen het gevaar van inflatie wel, maar zij menen dat het probleem eenvoudig is op te lossen, zonder enige blijvende schade. Even de belastingen verhogen haalt de druk van de ketel, is de gedachte.

