De overheid staat niet boven de wet. Of wel?

Nederland noemt zichzelf een rechtsstaat. Dat betekent één ding: de overheid is gebonden aan het recht, en de burger wordt beschermd tegen willekeur.

Dat is de theorie.

De praktijk ziet er anders uit.

O.a. de kinderopvangtoeslagaffaire heeft dat genadeloos blootgelegd. Geen incident, geen foutje in de uitvoering, maar een systeem dat jarenlang functioneerde op basis van collectieve schuld, omgekeerde bewijslast en institutionele blindheid.

De Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag verwoordde het zonder omwegen in haar eindrapport Ongekend Onrecht (2020):

“Grondbeginselen van de rechtsstaat zijn geschonden.”

Sterker nog, de commissie concludeerde dat alle drie de machten faalden. Wetgever, uitvoerende macht en rechtspraak. Wanneer dat gebeurt, blijft er voor de burger niets over. Geen bescherming, geen correctie, geen uitweg. Op dat moment functioneert de rechtsstaat niet meer.

Die conclusie staat niet op zichzelf. De Staatscommissie rechtsstaat bevestigde het patroon in haar rapport “De gebroken belofte” van de rechtsstaat (2024):

“Te vaak is de rechtsstaat niet leidend in het handelen van politici, bestuurders en medewerkers van de overheid.”

En nog scherper:

“De belofte van de rechtsstaat wordt voor een aanzienlijke groep burgers niet ingelost.”

Met andere woorden: het probleem zit niet in het ontbreken van regels, maar in de manier waarop macht ermee omgaat.

Wie tegenover de overheid staat, merkt dat direct. Procedures duren jaren. Informatie wordt achtergehouden. De bewijslast verschuift stilzwijgend naar de burger. En wanneer het misgaat, verschuilt het systeem zich achter zichzelf.

Niemand verantwoordelijk. Iedereen betrokken.

De bestuursrechter, bedoeld als laatste bescherming, liet het afweten. In plaats van correctie kwam bevestiging. In plaats van tegenmacht ontstond medewerking.

Dat patroon is niet nieuw. Hannah Arendt beschreef het al in The Origins of Totalitarianism:

“Rule by nobody is not no rule, but tyranny.”

Een systeem zonder duidelijke verantwoordelijkheid is geen neutraal systeem. Het is een systeem waarin macht diffuus wordt en daardoor onaantastbaar.

Ook Friedrich Hayek waarschuwde in zijn hoek “The Road to Serfdom” voor dit mechanisme. Zodra de overheid niet langer strikt gebonden is aan algemene regels, maar handelt op basis van beleid, intentie of politieke druk, verdwijnt de rechtszekerheid:

“The rule of law… is replaced by arbitrary power.”

Dat klinkt abstract. Tot je ziet wat het in de praktijk betekent.

Gezinnen die financieel worden vernietigd zonder bewijs. Burgers die jarenlang procederen tegen een systeem dat geen fouten erkent. Informatie die bewust wordt achtergehouden om beleid te beschermen.

Dat is geen ontsporing aan de rand. Dat is het systeem zelf dat doorslaat.

En dat is precies waar het erg ongemakkelijk wordt. Want formeel klopt alles nog. De wetten bestaan. De instituties functioneren op papier. De procedures lopen.

Maar materieel schuift de overheid op. Niet openlijk boven de wet, maar er stap voor stap langs.

Totdat straks het verschil irrelevant wordt.

Een rechtsstaat wordt niet beoordeeld op papier, maar op het moment dat de burger tegenover de staat staat. Op dat moment moet het systeem beschermen, corrigeren en begrenzen.

In Nederland is dat aantoonbaar niet gebeurd.

Niet eenmalig. Structureel.

En zolang dat niet als zodanig wordt erkend, blijft de grootste misvatting overeind: dat het hier niet kan gebeuren.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zoek op naam of categorie