Sinds 2016 zien we in Nederland een breder patroon: middeninkomens staan onder druk. Dat geldt niet alleen voor het voortgezet onderwijs, maar ook voor zorg, overheid en delen van de private sector.
Nominale lonen zijn gestegen, vaak met circa 10 tot 20%. Maar prijzen zijn in dezelfde periode cumulatief met ongeveer 30 tot 35% toegenomen. In reële termen betekent dit dat de koopkracht voor veel huishoudens is gedaald. Je verdient meer euro’s, maar wat je met die euro’s kunt kopen neemt af.
Daar bovenop komt een minder zichtbaar effect: fiscale sluipverzwaring (bracket creep). Door progressieve belasting en het onvoldoende indexeren van belastingschijven en heffingskortingen stijgt de effectieve belastingdruk mee met het inkomen. Niet omdat tarieven expliciet worden verhoogd, maar omdat je langzaam in een hogere belastingdruk terechtkomt.
Een concreet voorbeeld maakt dit duidelijk.
Neem Joep, onderwijzer in het voortgezet onderwijs in Zoetermeer, schaal 12. In 2016 verdiende hij ongeveer €3.600 bruto per maand. Inmiddels zit hij rond de €4.100. Op papier een duidelijke stijging.
Maar kijk je naar de prijzen, dan zou zijn salaris vandaag rond de €4.800 moeten liggen om dezelfde koopkracht te behouden als in 2016. Dat gat van honderden euro’s per maand is reëel verlies.
Daarnaast merkt Joep dat hij netto minder overhoudt dan hij verwacht. Door de afbouw van heffingskortingen en de progressieve structuur van het belastingstelsel stijgt zijn effectieve belastingdruk. Zijn bruto salaris stijgt, maar zijn netto ruimte groeit veel minder snel.
En dan zijn er nog de kosten die harder stijgen dan gemiddeld: wonen, energie, boodschappen. Vooral in en rond stedelijke gebieden zoals Zoetermeer drukken deze lasten zwaar op het besteedbaar inkomen.
Binnen dit geheel valt één structureel verschil op: bescherming tegen deze dynamiek.
De politieke en ambtelijke top zit in een ander mechanisme. Hun inkomens zijn direct of indirect gekoppeld aan indexatie en volgen prijs- en loonontwikkelingen consistenter. Daardoor blijven zij stabieler in reële termen.
Voor mensen als Joep werkt het anders. Zij krijgen te maken met vertraagde loonaanpassingen, stijgende kosten en een belastingdruk die ongemerkt oploopt.
Het verschil zit dus niet alleen in inkomensniveau, maar in de mate waarin je beschermd bent tegen inflatie en fiscale sluipverzwaring.
We zijn geen Venezuela. De Nederlandse economie blijft stabiel en functionerend. Maar dat betekent niet dat er geen structurele verschuiving plaatsvindt.
Het mechanisme is subtiel: een groeiende staat, stijgende collectieve lasten en een middenklasse die niet plotseling instort, maar wel langzaam terrein verliest.
Niet via een crisis, maar via geleidelijke erosie.
De metafoor van de kikker is daarom treffend.
Het water wordt niet in één keer heet. Het warmt langzaam op. En juist daardoor blijft iedereen zitten.
Totdat het verschil niet meer te negeren is.