Ludwig von Mises Redux

do 19 oktober, 2017
Auteur:



Einde vorige maand was het 136 jaar geleden dat Ludwig von Mises werd geboren, vorige week was het 44 jaar geleden dat hij overleed en over een paar maanden bestaat het Mises Instituut Nederland 5 jaar. Tijd om weer eens even stil te staan bij de betekenis van Mises. Ger van Gils doet een poging. 

Toen op een zonnige dag in de winterse januarimaand van 2013 het Ludwig von Mises Instituut Nederland werd opgericht lag de keuze voor de naam voor de hand. Ludwig von Mises (29 September 1881 – 10 October 1973) is immers een van de meest, zo niet dè meest vooraanstaande liberale theoreticus en econoom van de afgelopen eeuw. Hij is de leermeester van de even prominente, maar bekendere Friedrich Hayek. Maar er is meer dan dat. Pas geleidelijk aan realiseerden we ons dat een betere naamgeving nauwelijks mogelijk was. Het levensverhaal van Mises weerspiegelt de roerige geschiedenis van de 20e eeuw en de lotgevallen van het volhardende individu daarin. Ervaringen die zijn generatie- en stadsgenoot Stefan Zweig omschreef als: “het was ons deel maximaal mee te maken wat de geschiedenis anders spaarzaam verdeelt over een enkel land, een enkele eeuw.”

Mises is het toonbeeld van de gedreven idealist die een leven lang tegen de stroom in roeit om zijn overtuigingen te volgen. En dat deed hij met grote inzet en zonder aanziens des persoons. Bij een discussie over inkomensherverdeling tijdens de eerste bijeenkomst van de door Hayek georganiseerde Mont Pelerin Society, bestempelde Mises de verzamelde liberalen, waaronder ‘marktfundamentalisten’ als Milton Friedman, als: “you are all a bunch of socialists”.

Ondanks zijn vele en vaak vernieuwende publicaties bekleedde hij nooit een volwaardige academische positie als gewoon hoogleraar. In zijn Weense jaren werkte hij voor de Wiener Handelskammer (Kamer van Koophandel). Zijn radicaal liberale opvattingen, zijn onbuigzaamheid daarin en zijn Joodse achtergrond droegen ertoe bij dat hem een aanstelling aan de Universiteit van Wenen werd onthouden. Vanwege diezelfde de autoriteiten onwelgevallige meningen werd hij tijdens de Eerste Wereldoorlog niet zoals gebruikelijk eenmaal, maar tweemaal naar het front gestuurd. Hij raakte gewond, maar overleefde beide veldtochten.

Om bij gebrek aan een universitair podium de resultaten van zijn onderzoek en denken toch te kunnen delen met anderen, organiseerde hij een wekelijks privé seminar dat bekend kwam te staan als de ‘Mises Kreis’. Het werd druk bezocht door studenten, economen en andere intellectuelen, waaronder (latere) grootheden als Friedrich Hayek, Lionel Robbins, Oskar Morgenstern, Fritz Machlup, Godfried von Haberler, Alfred Schutz, Erich Voegelin.

In maart 1938, een dag voor de Anschluss van Oostenrijk bij Nazi Duitsland, vluchtte hij naar Zwitserland. Hij werkte daar enkele jaren bij het Institut Universitaire des Hautes Etudes Internationales in Genève. De Nazis waren zeer geïnteresseerd in zijn persoon: zijn woning behoorde tot de eerste die in Wenen werden doorzocht. Zijn bibliotheek en archief werden in beslag genomen. Pas na de val van het Sovjetimperium doken ze in Moskou weer op. Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog vluchtte hij opnieuw. Het was in die tijd allerminst zeker dat de Nazis de Zwitserse neutraliteit zouden respecteren. Dwars door een in chaos vervallend Frankrijk wist hij met zijn gezelschap de oprukkende Duitse troepen soms letterlijk slechts luttele minuten voor te blijven. Via Spanje en Portugal ontkwam hij uiteindelijk naar New York. Veel van zijn familieleden, vrienden en relaties in Wenen overleefden de oorlog echter niet.

In de VS werd hij door een kleine, maar toegewijde groep verwelkomd als de man die met het gezag van een vooraanstaand econoom argumenten kon inbrengen tegen de groeiende New Deal consensus en de steeds verder uitzaaiende ‘Warfare-Welfare state’.

Ondanks zijn bewogen leven wist hij belangrijke bijdragen te leveren aan de economische theorie, de politieke economie, geschiedschrijving en kennisleer. Ik bespreek hier drie van zijn belangrijkste inzichten voor de economie en politieke economie: zijn conjunctuurtheorie, zijn stelling over de onmogelijkheid van een socialistische samenleving en zijn theorie van het interventionisme.

In 1912 verscheen zijn eerste boek, ‘Theorie des Geldes und der Umlaufmittel’, beter bekend in de Engelse vertaling als ‘Theory of Money and Credit’. Zijn leermeester, Eugen von Böhm-Bawerk had net de eerste twee delen van zijn ‘Oostenrijkse’ synthese van de economische wetenschap op basis van een subjectivistische waardeleer gepubliceerd. Maar een duidelijke visie op de rol van geld ontbrak daarin nog. Met zijn eerste boek en de daarin beschreven theorie van het geld trok Mises volgens Böhm-Bawerk de vastgelopen Oostenrijkse leer vlot. Mises werd daarmee de grondlegger van de zogenaamde ‘neo-Oostenrijkse school’.

Mises liet in zijn boek zien dat economische conjunctuur en financiële instabiliteit niet onontkoombaar kenmerken zijn van het kapitalisme en vrije markten, maar integendeel worden veroorzaakt door het ingrijpen van overheden en centrale banken in het geldverkeer. Geldschepping door banken zet ondernemers en consumenten en masse op het verkeerde been. Ze krijgen het signaal dat er meer gespaarde middelen beschikbaar zouden zijn dan werkelijk het geval is. Ondernemers starten daardoor meer investeringsprojecten dan kunnen worden afgerond en consumenten steken zich dieper in de schulden dan ze uiteindelijk kunnen terugbetalen. Er wordt een kaartenhuis van waninvesteringen opgebouwd. Wanneer de geldschepping wordt stop gezet, of zelfs maar wordt getemperd, komt de ware verhouding tussen sparen en consumeren aan het licht en stort het wankele bouwwerk in een crisis in elkaar. Deze verklaring leidt tot de paradoxale conclusie dat de opgaande conjunctuur de periode is waarin de problemen zich opstapelen en de crisis in feite het herstel is van gezonde economische verhoudingen.

Toen grote delen van Europa begin jaren ’20 van de vorige eeuw op het punt leken te staan de revolutionaire weg van de Soviet-Unie op te gaan, publiceerde Mises zijn essay ‘Die Wirtschaftsrechnung im sozialistischen Gemeinwesen’ (1920), gevolgd door zijn bekendere boek ‘Die Gemeinwirtschaft: Untersuchungen über den Sozialismus’ (1922), Daarin liet hij zien dat centrale planning en socialisatie van de productiemiddelen alleen tot economische en maatschappelijke chaos kan leiden. In een op arbeidsdeling gebaseerde samenleving kan geen rationele productie plaatsvinden zonder economische calculatie, het vergelijken van prijzen voor kosten en opbrengsten, zo betoogde hij. Prijzen zijn echter geen objectief te bepalen parameters in een formule of vergelijking. Prijzen komen tot stand door het vrijelijk loven en bieden en handelen in productiemiddelen. Dat vrijelijk loven en bieden veronderstelt privé-eigendom van die productiemiddelen.

Tegen het einde van de 20e eeuw was met de val van het Sovjet Imperium pijnlijk duidelijk geworden hoe zeer hij ook op dit punt gelijk had. Verschillende ‘mainstream’ economen gaven nu ook ruiterlijk toe: ‘Mises was right’. Maar nog was de echte les niet geleerd. Mises’ theorie heeft een ruimere draagwijdte en raakt de rol van privé-eigendom, vrijheid en prijzen als kompas voor besluitvorming in alle geledingen van de samenleving. In zijn boekje ‘Bureaucracy’ paste hij die visie toe op bureaucratieën en andere organisaties zonder winstoogmerk. Hij liet zien dat, zoals hij het stelde: ‘een overheid net zomin prijzen kan bepalen als een gans kippeneieren kan leggen’. De politicus en de ambtenaar beschikken immers over andermans geld en zetten niet hun eigen middelen op het spel. Hun handelen is daarom niet op de ware kosten en opbrengsten van hun voorstellen gebaseerd.

Het politiek bedrijf illustreert nog dagelijks zijn derde belangrijke inzicht: de theorie van het ‘interventionisme’. Deze theorie legt de dynamiek van politiek handelen bloot. In Mises’ wereld is er geen ruimte voor een gematigde ‘derde weg’ tussen kapitalisme en socialisme, tussen vrijheid en overheidsdwang. Een politieke interventie is niet anders dan een zogenaamd ‘zero sum game’. Wat rechts wordt gegeven, wordt links weggenomen, zonder positief saldo en in het beste geval met een neutraal saldo. De politiek kan de pijn of armoede alleen verplaatsen, doorgaans naar groepen die minder in de gunst staan en geen politieke vuist kunnen maken, of die nog nauwelijks als groep zijn te onderscheiden. Maar ze zullen zich de pijn snel gewaarworden en bij dezelfde politiek aankloppen voor een of andere vorm van ‘compensatie’.  Ongeacht succes of falen roept de ene maatregel zo alweer de ‘noodzaak’ van de volgende op. Een minimumjeugdloon leidt al snel tot een pleidooi voor speciale werkgelegenheidsprogramma’s voor jongeren, een maximumhuur tot de noodzaak van rantsoenering van woonruimte. Uiteindelijk gedijen vooral politici en ambtenaren bij dit estafettespel.

Deze en andere inzichten presenteerde Mises niet als losstaande theorieën, maar als onderdelen van een opmerkelijk omvattende en samenhangende visie op het menselijk handelen en op manieren waarop we kennis over dat handelen kunnen verkrijgen. Die visie start met een aantal eenvoudige en evidente principes, zoals dat de mens moet handelen en dus keuzes moet maken. Daarvan uitgaande bouwt Mises logisch redenerend zijn bouwwerk van een samenhangende theorie over de ‘wetten van het menselijk handelen’, de zogenaamde praxeologie. De economische wetenschap is daar een onderdeel van. Mises’ economie kent geen robotachtige, mechanisch bewegende ‘homo economicus’, maar wordt bevolkt door handelende mensen van vlees en bloed. Het gehele bouwwerk legde hij vast in zijn magnum opus ‘Human Action’. Vorig jaar verscheen de eerste Nederlandse vertaling onder de titel: ‘Het Menselijk Handelen; een economische verhandeling’. Met dit boek liet hij het belangrijkste erfgoed voor een liberale en rationele visie op de wereld na.

Mises was geen kamergeleerde. Door zijn positie bij de Weense Kamer van Koophandel wist hij een duidelijk stempel te drukken op het Oostenrijkse economisch beleid van na de Eerste Wereldoorlog. Hij manifesteerde zich onvermoeibaar en onvermurwbaar agerend en argumenterend tegen de verleidingen van socialisme en van een inflatoire politiek. Hij hielp daarmee een halt toe te roepen aan de hyperinflatie die het land drie jaar lang teisterde. Hij had ook een duidelijke invloed op de liberalisering van het Europa van na de Tweede Wereldoorlog. Jacques Rueff bijvoorbeeld, de belangrijkste economisch adviseur van de Franse president Charles de Gaulle, was een vriend en bewonderaar van Mises. Rueff hielp de generaal om Frankrijk van de socialistische weg te houden. In de jaren ’60 fluisterde hij De Gaulle in de vloed aan Amerikaanse dollars die de wereld overspoelde aan de gegarandeerde koers tegen goud in te wisselen. Daarmee werd uiteindelijk het Bretton Woods systeem opgeblazen. De Italiaan Luigi Einaudi, vooraanstaand econoom, vriend en collega van Mises, wist als president in het post-fascistische Italië een vrije markt te herstellen en de socialistische koers te verleggen. Het naoorlogse Duitse ‘Wirtschafswunder’ was vooral het werk van minister van economische zaken en Bundeskanzler Ludwig Erhard, die werd geïnspireerd door Mises’ vriend en volgeling Wilhelm Röpke.

In de VS deed zijn invloed zich vooral gelden in de academische wereld en onder onafhankelijke financiële adviseurs. De eerste generatie van bewonderaars en studenten van Mises, mensen als Henry Hazlitt, Hans Sennholz, Israel Kirzner, George Reisman, Ralph Raico en Murray Rothbard, heeft ertoe bijgedragen dat er zich inmiddels een brede en levendige beweging manifesteert in diverse publicaties en op het internet. In de persoon van Congreslid en Republikeinse presidentskandidaat Ron Paul wist deze beweging enkele jaren geleden een indrukwekkende politieke vuist te maken.

In 1982 richten Murray Rothbard en Llewellyn Rockwell het Ludwig von Mises Institute op. Het is gevestigd in Auburn in de staat Alabama en is uitgegroeid tot een internationale ontmoetingsplaats van onderzoekers, commentatoren en studenten geïnteresseerd in de Oostenrijkse School. Inmiddels bestaan er wereldwijd tientallen Mises instituten. Notoire voorbeelden van bijzonder actieve instituten zijn het Ludwig von Mises Institut Deutschland, het Zweedse Ludwig von Mises Institutet i Sverige, Mises Brasil, Mises Canada, Ludwig von Mises Italia en het Spaanse Instituto Mises. Allemaal hebben ze als doelstelling om door middel van publicatie en educatie de liberale boodschap van de soevereiniteit van het individu en het belang van vrijwillige samenleving voor vrede en welvaart uit te dragen. Het Mises Instituut Nederland wil verder met nadruk ook gelegenheid bieden voor persoonlijke ontmoeting van mensen met gelijkgestemde interessen en overtuigingen. We blijven daarmee in goed Misiaanse traditie van de avondlijke bijeenkomsten van de Mises Kreis. De ideeën van de OS werden vooral gevormd in debat, vaak onder het genot van ‘ein Bier’, ‘ein guter Wein’ of eventueel een ‘Wiener Kaffee Melange’ en afgesloten met zang van liederen als ‘Der Letzte Grenadier der Grenznutzenschule’, ‘Der Nationalökonom im Paradies’ en ‘Untergang der Konjunktur durch Erforschung’.

We hopen u bij een van onze bijeenkomsten of cursussen te ontmoeten.

De belangrijkste werken van Mises zijn, naast Human Action: Theorie des Geldes und der Umlaufmittel (1912), Die Gemeinwirtschaft (1922), Liberalismus (1927), Kritik des Interventionismus: Untersuchungen zur Wirtschaftspolitik und Wirtschaftsideologie der Gegenwart (1929), Die Bürokratie (1944). De origineel in het Duits verschenen werken zijn ook alle in goede Engelse vertaling te verkrijgen. De meer toegankelijke en kortere werken zijn o.m.: Liberalism, Critique of Interventionism, Bureaucracy en de bundel met artikelen ‘the Mises Reader’ uitgegeven door Shawn Ritenour waarvan zowel een verkorte als een ‘unabridged’ versie bestaat. 

Alle werken van Mises zijn van de website van Mises.org gratis te downloaden. 

Dit artikel verscheen eerder onder de titel ‘Ludwig von Mises en het Mises instituut Nederland’ als introductie van Mises en zijn gedachtengoed in Driemaster, het onafhankelijke periodiek van de JOVD.