MMT heeft het mis over de ontstaansgeschiedenis van geld

Dit artikel is geschreven door Jonathan Newman en vertaald naar het Nederlands.

Voorstanders van de Moderne Monetaire Theorie (MMT) denken dat geld een “schepping van de staat” is. Ze zeggen dat geld is wat de staat zegt dat het is, en dat het voornamelijk in het leven wordt geroepen door middel van belastingen. Voor hen is geld “datgene wat [de staat] accepteert bij openbare betaalkantoren (voornamelijk voor de betaling van belastingen)”.

MMTers betwisten de Mengeriaanse theorie over de oorsprong van geld en stellen dat deze “gebaseerd is op onjuiste a-historische vooronderstellingen”. Carl Menger beweerde op basis van gezond verstand dat er vóór geld ruilhandel moest zijn. Bij ruilhandel ruilen mensen goederen voor direct gebruik – ze gebruiken geen enkel goed als “brug” of “medium” om een ander goed te krijgen dat ze eigenlijk willen hebben. Je kunt je voorstellen dat het heel moeilijk kan zijn om op de markt te krijgen wat je wilt. Je moet iemand vinden die heeft wat jij wilt en die tegelijkertijd wil hebben wat jij hebt. Deze voorwaarde voor vrijwillige ruil wordt het “dubbel samenvallen van behoeften” genoemd en het is een ernstige beperking van markten voor directe ruil.

Menger stelde dat marktdeelnemers in zo’n situatie zouden merken dat sommige goederen beter “verkoopbaar” zijn dan andere. Je kunt maïs of katoen kopen en het dan snel doorverkopen met een minimaal (of geen) verlies. Maar voor andere goederen, zoals chirurgische instrumenten, kan het lang duren om een koper te vinden-als je chirurgische instrumenten snel probeert te verkopen, zul je waarschijnlijk genoegen moeten nemen met een veel lagere prijs.

Marktdeelnemers realiseren zich dat ze beter verkoopbare goederen kunnen gebruiken als een stap richting het verkrijgen van de goederen die ze eigenlijk willen hebben voor direct gebruik. Je kunt bijvoorbeeld met chirurgische instrumenten naar de markt gaan en van plan zijn naar huis te komen met een nieuwe broodrooster. In plaats van met veel tijd en moeite iemand te zoeken die een broodrooster verkoopt en chirurgische instrumenten wil, kun je makkelijker iemand vinden die chirurgische instrumenten wil en bereid is om eieren, een beter verkoopbaar goed, te ruilen. Vervolgens breng je de eieren naar de persoon die de broodrooster verkoopt en iedereen leeft nog lang en gelukkig.

Eieren zijn niet het beste geld, dus met vallen en opstaan en met steeds meer mensen die één of twee specifieke goederen als ruilmiddel gebruiken, komen we uiteindelijk uit bij geld.

Waarom MMTers de theorie van Menger verwerpen

De theorie is eenvoudig en onomstreden, tenzij je een MMTer bent. Als je een MMTer bent, moet geld het rechtmatige speeltje van de staat zijn. Geld moet het eigendom en de verantwoordelijkheid van de staat zijn, niet van de markt. Je moet het goed vinden dat de staat het geld ontwaardt of meer papier drukt om middelen van de particuliere markteconomie te onteigenen.

Geen wonder dat ze de theorie van Menger zo fel aanvallen.

In plaats van een alternatieve theorie aan te dragen (de enige “theorie” over de oorsprong van geld die ik in de MMT literatuur kan vinden is een verzameling beweringen als “geld is wat de staat aan belastingen int”), wijzen MMTers op historische casestudies. Een van hun favorieten zijn de spijkerschrifttabletten van klei uit het oude Mesopotamië. Dit is wat Randall Wray erover te zeggen heeft:

“De kleitabletten van shubati (“ontvangen”) registreren…schulden. Elk tablet vermeldde een hoeveelheid graan, het woord shubati, de naam van de persoon van wie is ontvangen, de naam van de persoon door wie is ontvangen, de datum en het zegel van de ontvanger…. de tabletten circuleerden. Een schuld kon worden kwijtgescholden en belastingen betaald door een tablet af te geven waarop de schuld van een ander stond, waarna het foedraal dat de kwijtgescholden schuld registreerde kon worden opengebroken om de voorwaarden van de schuld te verifiëren.”

Wray haalt geen vertalingen of interpretaties van deze tabletten aan, noch enig specifiek archeologisch werk. Hij haalt alleen een gelijkgestemde econoom aan, A. Mitchell Innes. Innes haalt ook geen specifiek historisch onderzoek naar de tabletten aan. Hij beweert alleen dat “ze overeenkomen met de middeleeuwse kerfstok en met de moderne wisselbrief” en dat de tabletten “ongetwijfeld van hand tot hand zijn gegaan”.

Geld in het Oude Nabije Oosten

In plaats van Wray en Innes op hun woord te geloven, besloot ik na te gaan wat historici en archeologen van die periode eigenlijk zeggen over de tabletten en de Mesopotamische economie. Dit is wat ik vond:

  • Voor zover ik kan nagaan, zeggen vrijwel alle historici over deze periode dat vóór de muntslag zilver en niet kleitabletten als geld werd gebruikt in het oude Nabije Oosten,. Over deze consensus zegt Powell: 

Geld bestond natuurlijk wel in het oude Mesopotamië.[…] Het gebruik van termen als “geld,” “valuta,” “contant geld,” etc. door spijkerschrift schrijvers om zilver aan te duiden is zo alomtegenwoordig in de literatuur van de laatste anderhalve eeuw dat, als geld niet in spijkerschrift documenten was vastgelegd, men de onwaarschijnlijke gevolgtrekking zou moeten maken dat iedereen die deze term had gebruikt de teksten volledig verkeerd had begrepen.

  • Rahmstorf geeft een geweldig overzicht van het archeologische bewijs. Hij onderschrijft ook de overweldigende consensus onder historici uit die periode dat zilver geld was. De dominantie van schrootzilver (“hacksilver”, onregelmatige stukken zilver) is zo duidelijk in de tekstuele en archeologische verslagen dat Rahmstorf zich afvraagt of muntslag echt kan worden beschouwd als een belangrijke monetaire innovatie. Voor en na de muntslag (de uitgifte van gestandaardiseerde munten) werd zilver in de meeste transacties gewogen, en munten komen ook voor in schrootzilvervoorraden van voordat munten hun intrede deden. De munteenheid was dus duidelijk gebaseerd op een gewicht aan zilver (bijvoorbeeld de shekel en de mina).
  • Over gewicht gesproken, Ialongo et al. toonden aan dat de stukken zilver in schrootzilvervoorraden overeenkwamen met bekende gestandaardiseerde gewichten uit die tijd: “De resultaten van de statistische analyses op een zilverpot uit Ebla (Syrië) suggereren sterk dat schrootzilver in de Bronstijd in het Nabije Oosten werd gevormd en/of gefragmenteerd om overeen te komen met de gewichten die in gebruik waren in de handelsnetwerken waar het circuleerde.”
  • De Nederlandse assyrioloog Leemans zei dat de tabletten in het bezit bleven van degenen die ze ontvingen – ze werden niet gebruikt om schulden over te dragen. Bonus: sommige vertalingen van Leemans laten zien dat de oude Mesopotamiërs zilver gebruikten om winst te berekenen.
  • Belastingen werden niet betaald met de tabletten en ook niet in zilver. Belastingen werden in natura betaald, vooral met vee en graan. Sharlach zegt: “de overdrachten tussen de provincie en de kroon waren geen ‘papieren’ transacties…er werden werkelijk enorme ladingen vervoerd.” Dit betekent dat de MMTers er dubbel naast zitten: 1) wat betreft hun bewering dat de tabletten werden gebruikt om belastingen te betalen; en 2) wat betreft hun bewering dat belastingen de vraag naar geld stimuleren. Zilver werd gebruikt als geld, maar belastingen werden in natura geïnd in de Ur III dynastie.
  • In de tientallen artikelen die ik heb gelezen over de kleitabletten, vond ik geen enkele vermelding dat de tabletten geld waren-geen enkele vermelding dat de tabletten überhaupt werden geruild.

Kortom, het historische bewijs rechtvaardigt Menger en ontkracht de MMTers. De kleitabletten waren geen vroege vorm van fiatgeld. Het waren ontvangstbewijzen die overduidelijk lieten zien dat mensen zilver gebruikten als geld – een product met niet-monetaire toepassingen – precies zoals we zouden verwachten op basis van de theorie van Menger.

Leave a comment