Herstel de geest van het klassieke liberalisme

zo 6 juli, 2014

buchanan

Onderstaand artikel is gebaseerd op een lezing die door James Buchanan werd uitgesproken op 14 mei 2005 tijdens het tweede ’Adam Smith Award’ diner van de Foundation for Economic Education. De speech moet primair worden begrepen vanuit een Amerikaanse context en is een kritiek op de actuele politieke situatie in de Verenigde Staten. Maar bijvoorbeeld Buchanan’s waarschuwing tegen de ontwikkeling van de verzorgingstaat en zijn opmerkelijke waardering voor religie bieden ook Europese en Nederlandse liberalen volop de mogelijkheid tot reflectie.

Inleiding

De Westerse wereld is zijn levenskracht kwijt. Herstel van de geest van het klassieke liberalisme is geboden. In dit artikel wordt betoogd dat de Westerse constitutionele democratie de institutionele belichaming van ons waardensysteem is, dat de belangrijkste klassiek liberale elementen omvat. De opkomst van de verzorgingsstaat heeft grote veranderingen met zich mee gebracht, maar heeft [in de Verenigde Staten, EvdH] de klassiek liberale uitgangspunten wel min of meer in tact gelaten. Maar door de verzorgingsstaat ontstaat een fiscale crisis, die deze situatie bedreigt. De crisis wordt veroorzaakt door de dominante politieke filosofie van de afgelopen eeuw, die samen te vatten als ‘De Staat als God’. Het is moeilijk de seculiere Verlichtingsidealen weer verankerd te krijgen in het publieke bewustzijn. Maar juist de huidige religieuze opleving biedt kansen voor een dergelijke restauratie van de klassiek liberale beginselen en instituties.

Founding Fathers, maatschappelijke instituties en de verzorgingsstaat

Een essentiële eerste stap is de erkenning dat het Westerse stelsel van publieke en private instituties die zorgdragen voor de sociale orde, een direct gevolg is van de invloed van het klassieke liberalisme van de Schotse Verlichting en [in de Verenigde Staten, EvdH] de Amerikaanse Founding Fathers. Natuurlijk zijn deze instituties deels ook het resultaat zijn van een langer voortgaand proces van culturele evolutie. Pas in de achttiende eeuw werd hun functionele waarde volledig onderkend. Het gaat dan om normen, regels, procedures en gewoonten die tegenwoordig welhaast voor kennisgeving worden aangenomen, zoals de rechtstaat, de scheiding der machten, algemeen actief en passief kiesrecht en de bescherming van eigendomsrechten, persoonlijke levenssfeer, contract en de klassieke grondrechten. Zeer belangrijk is daarbij het klassiek liberale besef dat er grondwettelijke grenzen aan het optreden van de staat gesteld moeten worden. Iedere aantasting van deze regels moet worden tegengegaan. Maar het wordt steeds moeilijker dat helder begrijpelijk te motiveren, nu het publieke besef van waarde van het klassieke liberalisme is geërodeerd.

Het klassieke liberalisme, als normatieve visie op sociale interactie, is – in tegenstelling tot hetgeen vaak wordt gedacht – goed verenigbaar met de verzorgingsstaat. Met name zaken als de financiële ondersteuning van ouderen, de steun voor invaliden en het algemeen bereikbaar maken van medische zorg. Het fundamentele klassiek liberale criterium is dat er algemene, non-discriminatoire regels moeten zijn om de categorie mensen te definiëren die voor ondersteuning in aanmerking komt. Bijvoorbeeld een systeem dat elke burger bij het bereiken van een bepaalde leeftijd van een publiek pensioen voorziet. Dit is wat ik elders de generality standaard heb genoemd.

Anthony de Jasay

Maar zodra de generality standaard wordt losgelaten, ontaardt de verzorgingsstaat in een overdrachtsstaat en vervalt daarmee ook de onderliggende klassiek liberale basis. Dat gebeurt als algemene toegang tot verzorgingsarrangementen vervangen wordt door, politiek vastgestelde, programma’s die zich richten op bepaalde segmenten van de samenleving. Algemene verzorging wordt dan vervangen door verzorging voor de leden van succesvolle politieke coalities. Dan ontstaat de situatie die de Franse politiek-filosoof De Jasay de churning-state heeft genoemd, waarin verschillende parlementaire meerderheden politieke macht gebruiken om publieke geldstromen af te afromen en te herverdelen, ten gunste van hun achterban.

Het gevolg van dit proces is dat in de komende halve eeuw de algemene politieke steun voor de overdrachtsstaat komt te vervallen. De diepere reden hiervoor is een serieuze zwakte in ons politiek-institutionele bestel. De verzorgingsstaat is ontstaan na invoering van de belangrijkste staatkundige procedures voor collectieve besluitvorming, zoals vastgelegd in grondwetten. Die procedures laten het toe dat politici onafhankelijk van de inkomsten, over de uitgaven van de staat kunnen besluiten. Eenvoudige public-choice inzichten voorspellen dat de van electorale steun afhankelijke politici vervolgens uitgavenniveaus kiezen die ongelijk zijn aan de belastingniveaus, die immers ook met instemming van parlementaire meerderheden worden vastgesteld. Er wordt derhalve meer uitgegeven aan de verzorgingsstaat dan er budgettair beschikbaar is.

Dit essentiële inzicht is veronachtzaamd in de afgelopen eeuw, waardoor er via overheidstekorten en ongedekte beloften voor verzorgingsarrangementen een grote fiscale crisis op de loer ligt. De reactie van onze politieke instituties laat zich raden. Er ontstaat ongetwijfeld massale weerstand, zowel tegen de reductie van de verzorgingsarrangementen, als tegen verhoging van de belastingen. Het pad van de minste weerstand is het beperken van de algemene toegang tot de verzorgingsstaat. Daarmee wordt afscheid genomen van de generality standaard en van het verzekeringskarakter van de verzorgingsstaat. Belastingen en afdrachten moeten omhoog. Voor het individu is er dan geen directe relatie tussen betalen en genieten meer. Het gat tussen de klassiek liberale uitgangspunten van de verzorgingsstaat en de daadwerkelijke situatie van de overdrachtsstaat wordt steeds groter. Maar de meerderheid van de bevolking is zich dat helaas niet bewust, omdat het zicht op de klassiek liberale uitgangspunten verloren is gegaan. Weliswaar heeft het klassieke socialisme afgedaan, dat wil nog niet zeggen dat ook het socialistische denken is verdwenen.

‘Ouderlijk socialisme’

De relevante vraag is waarom mensen, na de ondergang van het socialisme, nog steeds de programma’s van de moderne verzorgingsstaat omarmen, zowel qua idee als uitvoering? De belangrijkste reden is dat mensen van de staat afhankelijk willen zijn, omdat ze angst hebben voor vrijheid. Dit heb ik elders parental socialism (‘ouderlijk socialisme’) genoemd. Weliswaar heeft het klassieke socialisme afgedaan, dat wil nog niet zeggen dat ook het socialistische denken is verdwenen. Echter, het heet nu sociaal-democratie. Veel mensen willen nog steeds dat een groot deel van de economische activiteiten collectief of politiek georganiseerd wordt. Niet, zoals in het verleden, omdat zij denken dat collectieve organisatie efficiënter is, zij het leven van anderen willen beheersen, of grotere gelijkheid nastreven. Zij willen simpelweg afhankelijk blijven van de staat, zoals een kind van een ouder. Afhankelijkheid is het desideratum geworden.

Deze vraag naar collectieve voorzieningen, vooral pensioenen en medische verzorging, kan worden teruggevoerd op twee historische veranderingen. Ten eerste, het verval van de rol van de godsdienst in het leven van de mensen, door Nietzsche gevat in zijn bekende kreet ‘God is dood’ . Ten tweede, de opkomst van de door Marx geïnspireerde socialistische idee van collectieve organisatie en productie. Er was geen toename van de individuele onafhankelijkheid en het individuele verantwoordelijkheidsbesef, als gevolg van de afname van religieuze bindingen. In plaats daarvan nam de staat de plek van de kerk over. Big Brother kwam in de plaats van God.

Het is belangrijk om te benadrukken dat de initiële vraag om de verzorgingsarrangementen van potentiële beneficianten in de gehele bevolking kwam, niet van beperkte belangengroepen. Dit hing samen met de verandering in afhankelijkheid, van kerk naar staat. Er was daadwerkelijk sprake van een algemene angst om verantwoordelijkheid te dragen. De verzorgingsarrangementen werden vervolgens tot over de grenzen van het houdbare opgerekt, als gevolg van de politiek-institutionele structuur. Het gevolg is de huidige situatie, waarin mensen verwachtingen hebben van de verzorgingsstaat, maar niet de bijbehorende rekening willen betalen. Zolang deze fiscale illusie niet is weggenomen, faalt de sociaal-democratische god, net als de socialistische god vóór hem. Volgens mij gaat de politiek van de eerste helft van de 21e eeuw gedomineerd worden door het conflict over wiens belangen voorrang krijgen bij het vervullen van de in het verleden gewekte verwachtingen en aangegane verplichtingen.

Sommige leden van de helaas kleine groep van echte klassiek liberalen, hebben de afgelopen jaren de droom van de Verlichting opgegeven. Exemplarisch is de Britse politiek-filosoof John Gray. Hij concludeerde dat politici niet in staat blijken te begrijpen dat verantwoordelijkheid een noodzakelijke supplement is van individuele vrijheid. Mensen verlangen persoonlijke vrijheid, maar zijn niet bereid de afhankelijkheid van de staat op te geven. Door de onhoudbaarheid van de huidige verzorgingsstaat levert dit uiteindelijk discriminatie tussen groepen op. De klassiek liberale sine qua non is dat iedere burger gelijk is en gelijk behandeld moet worden waar het gaat om de relevante facetten van politieke organisatie en collectieve actie. In die zin is het klassieke liberalisme meer egalitair dan hiërarchisch.

Adam Smith

Adam Smith benadrukte dat in publieke zaken de portier en de filosoof gelijk zijn. Het is cruciaal om deze houding te handhaven, ondanks de grote verschillen tussen mensen op allerlei andere vlakken. Het achttiende-eeuwse geloof in de gelijkenis in de menselijke natuur is de ethische basis onder onze politieke instituties. Het besef van de waarde hiervan moet in stand worden gehouden. Klassiek liberalen dienen dat ook actief uit te dragen. Bijvoorbeeld zoals Ronald Reagan, die met zijn metafoor ‘shining city on a hill’ tot de ziel van de mensen doordrong, zelfs zonder dat iedereen de gedachte achter de metafoor doorzag. (1)

Positieve invloed van religie

Aan het begin van de 21e eeuw zien we een opleving van religieuze beleving, vooral in de Verenigde Staten. Volgens mij kan deze religieuze wedergeboorte prima complementair zijn aan het herstel van het klassieke liberalisme en het behoud van haar centrale grondregels. De overeenkomst zit in de afkeer van staatsbemoeienis. De trend van verstatelijking kan worden teruggedraaid, zodra mensen niet langer behoefte hebben aan de staat als vervanger voor de ouder waarop je altijd kunt terugvallen. Geloof in God en geloof in de staat zijn substituten. Er is dan ook geen directe tegenspraak tussen het klassieke liberalisme en het religieus geloof in een Opperwezen. Het klassieke liberalisme claimt niet als een god te fungeren, noch is God inherent aan deze filosofie. Het wordt aan het individu overgelaten om te bepalen of er in diens leven behoefte is aan een religieuze aanvulling. De enige voorwaarde is dat deze religieuze beleving niet op significante wijze ingrijpt in de persoonlijke levensvrijheid van een ander. Anders kan de liberale orde niet in stand worden houden.

De complementariteit tussen klassiek liberalisme en religie kan worden versterkt, bijvoorbeeld via de door Weber beschreven positieve relatie tussen de protestantse ethiek, het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid, ‘goed doen’ en de publieke zaak. De scheiding tussen kerk en staat waarborgt de bescherming tegen religieuze extremisten die inbreuk willen maken op de persoonlijke vrijheid van andersdenkenden, net als de concurrentie tussen (fundamentalistische) religieuze groeperingen. De maatschappelijke orde hoeft niet perse honderd procent seculier te zijn, maar kan heel goed religieuze elementen bevatten.

Er zijn grote verschillen tussen de VS en Europa, zeker wat betreft de beleving van religie. Dat betekent dat de kansen voor het klassiek liberale herstel beter zijn in de Verenigde Staten dan in Europa. Zeker als ook het verschil in omvang van de verzorgingsstaten tussen beide werelddelen in ogenschouw wordt genomen. De ommezwaai naar minder afhankelijkheid van de staat, de staat als God, is in Europa veel moeilijk dan in de VS, waar voor je zelf zorgen en onafhankelijkheid veel sterker geworteld zijn als levensprincipes. Maar het is te gemakkelijk om pessimistisch te zijn. Zoals mijn leermeester Frank Knight zei: ‘to call a situation hopeless is equivalent to calling it ideal’. Maar ideaal is de huidige situatie niet. Zeker niet voor mensen die zich klassiek liberaal noemen. De pessimisten moeten zich realiseren dat het een kwart eeuw geleden ondenkbaar was dat het socialisme in elkaar zou storten. Het herstel van de klassiek liberale uitgangspunten in de verzorgingsstaat is zeker minder revolutionair.

Slot

Waar we vanuit klassiek liberaal perspectief wel beducht voor moeten zijn is de verdere versteviging van de macht van de staat, die wordt ingegeven door de publieke en politieke reacties op de terreurdreiging. Zelfs als de verzorgingsstaat wordt ingeperkt is het de vraag hoe de klassiek liberale tolerantie in stand kan worden gehouden, ten opzichte van mensen die de liberale orde willen vernietigen? De tolerantie kan niet eindeloos worden opgerekt. Echter, het herstel van de geest van het klassieke liberalisme kan niet aanvangen voordat we de superioriteit van ons door de geschiedenis en culturele evolutie overgeleverde waardensysteem onderkennen en waarderen.

Eerder gepubliceerd in Liberaal Reveil, februari 2006.
Vertaling, bewerking en introductie door Edwin van de Haar

Noten

(1) Het gaat hier om een metafoor, geïnspireerd door een uitspraak van de Pilgrim John Winthrop, die vaak door Reagan werd gebruikt om aan te geven dat Amerika als een baken voor vrijheidslievende mensen moest worden gezien. In de afscheidsspeech aan het eind van zijn presidentschap zei Reagan er het volgende over:

‘I’ve spoken of the Shining City all my political life. …In my mind it was a tall, proud city built on rocks stronger than oceans, windswept, God-blessed, and teeming with people of all kinds living in harmony and peace; a city with free ports that hummed with commerce and creativity. And if there had to be city walls, the walls had doors and the doors were open to anyone with the will and the heart to get here. That’s how I saw it, and see it still’.

Over James Buchanan

James Buchanan ontving in 1986 de Nobelprijs voor Economie. Hij is, samen met Gordon Tullock, de grondlegger van de public choice benadering in de politieke economie, onder andere via hun boek The Calculus of Consent: Logical Foundations of Constitutional Democracy (1962). Deze theorie stelt onder andere dat de uitkomsten van het politieke proces het resultaat zijn van elkaar beconcurrerende belangengroepen, die niet het publieke belang, maar hun eigen specifieke belang vertegenwoordigen. Hieruit volgt de aanbeveling om het publieke takenpakket zo klein mogelijk te houden, teneinde ontaarding van de staat te voorkomen. Van zijn hand zijn onder andere ook The Limits of Liberty: between Anarchy and Leviathan (1975) en The Power to Tax: analytical foundations of a fiscal constitution (1980, met G. Brennan). Het verzameld werk van Buchanan wordt uitgegeven door Liberty Fund. Hij is voormalig president van de door Friedrich Hayek opgerichte Mont Pelerin Society, een internationaal gezelschap van klassiek liberale intellectuelen, met (voormalige) leden als Milton Friedman, Frank Knight, Walter Eucken, Wilheml Röpke, Ludwig von Mises en Karl Popper.

 

2 Responses to “Herstel de geest van het klassieke liberalisme”

  1. Plato schreef:

    De rechten zijn voor iedereen gelijk. Als je harder werkt dan een ander, heb je niet meer rechten, maar wel meer bezittingen waarop dit recht van toepassing is. Niemand kan aanspraak doen op bezittingen waar hij geen werk voor heeft verricht. Blijft de vraag of iemand die door de natuur met meer talenten is begiftigd, niet verplicht is voor anderen te zorgen. Daartoe is hij niet verplicht, omdat hij ook niet verplicht is in het water te springen als iemand dreigt te verdrinken. Dat hij toch te hulp schiet, is zijn eigen vrijwillige keuze, maar kan nooit een verplichting zijn. Overigens zal elke politieke stroming een filosofisch grond moeten hebben.

    • sirik schreef:

      “De rechten zijn voor iedereen gelijk”

      Ook indien daadwerkelijk een ieder voor de wet gelijk is, geldt dit niet.
      Aangezien niet iedereen een zelfde levensloop kent, zal er een verschil zijn in de eis, of recht, tot het toepassen van een recht (of verplichting).
      Zowel een rijke als een hulpbehoevende hebben wel de zelfde rechten, maar ondergaan een verschillende toepassing van wetgeving.
      Zo zal een rijke nooit om uitoefening van het recht op huursubsidie (kunnen) eisen, maar zelfs eerder verplicht worden om de rechten van een ontvanger, (rechthebbende) van subsidiegelden, te materialiseren.
      De gevolgen zijn enorm.
      Getalenteerden zijn gedwongen om voor minder succesvollen of zelfs falende medeburgers te zorgen. Zo wordt een hoogopgeleide succesvolle (zaken)vrouw gedwongen om voor het bruto(!!) inkomen van een onopgeleide ongetalenteerde “teenager” moeder te zorgen. Onderdak, eten, kinderbijslag, medische verzorging en zelfs de belastinggelden die de staat daarover in rekening brengt (netto/bruto). De staat rekent belasting over het uitgekeerde belastinggeld.
      Wetgeving zorgt er dus voor dat toepassing van rechten en plichten afhankelijk van de levensloop van een burger zijn.
      Aangezien Artikel 1 van de grondwet luidt dat “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld” en aangezien dat grote groepen burgers in verschillende omstandigheden verkeren, is hiermede duidelijk dat juist Artikel 1 voor permanente rechtsongelijkheid zorgt.
      Al vanaf 1798:
      “Alle Leden der Maatschappij hebben, zonder onderscheiding van geboorte, bezitting, stand, of rang, eene gelijke aanspraak op derzelver voordeelen.”
      Of anders gezegd: “Eenieder heeft recht op onteigening van de ander”
      Het is dus zo dat een rechthebbende een ander verplichten kan, en niet andersom: Dat men een verplichting heeft om de ander recht te doen. Of anders gesteld: Dat een ieder zich verplicht weet zich zo te gedragen dat hij/zij niet tot last van de ander wordt.