
We vergeten vaak dat het intellectuele fundament van het Westen niet alleen in Athene, Jerusalem of Rome ligt, maar ook in Córdoba in Spanje. Figuren als Maimonides (Joods) en Averroes (Moslim) bewogen zich in een wereld waar religie, rede en recht geen tegenpolen waren, maar elkaar versterkten. Hun werk ademt iets wat we vandaag libertarisch zouden kunnen noemen: een diep wantrouwen tegenover willekeurige macht en een sterke nadruk op orde die voortkomt uit wet en rede, niet uit “grillige autoriteit”.
Maimonides, in zijn “Mishneh Torah”, beschrijft een Messias die opvallend nuchter is. Geen bovennatuurlijke wonderdoenende redder, maar een menselijke leider die recht herstelt, eigendom respecteert, vrede brengt en mensen terugleidt naar vrijwillige naleving van de wet. Dat is geen totalitaire figuur die van bovenaf een utopie afdwingt, maar eerder iemand die voorwaarden schept waarin een vrije samenleving kan floreren. De Messias als hersteller van orde, niet als architect van dwang.
Ook Averroes verdedigde het idee dat waarheid via rede toegankelijk is en dat religieuze wet niet bedoeld is om de menselijke geest te knechten, maar om haar te begeleiden. In die zin zie je in beide tradities een vroege vorm van wat later bij denkers als John Locke terugkomt: de overtuiging dat er een natuurlijke orde bestaat die voorafgaat aan de staat, en dat macht gelegitimeerd moet worden, niet vanzelfsprekend is.
De Abrahamitische religies bevatten in hun kern dan ook een radicaal idee: dat zelfs koningen onder de wet staan. Dat is revolutionair. In een wereld van absolute heersers introduceert het monotheïsme een hogere norm waaraan iedereen, ook de machthebber, onderworpen is. Dat is de kiem van rechtsstaat en individuele vrijheid. Waar het misgaat, historisch en vandaag, is wanneer religie en staat samensmelten tot één machtsblok. Dan verdwijnt die oorspronkelijke beperking van macht en wordt religie een instrument van controle.
Precies daar keert een libertarische lezing terug naar de bron: religie als vrijwillige orde, niet als opgelegde structuur. De Messias in de traditie van Maimonides past perfect in dat beeld. Geen wonderdoener die afhankelijkheid creëert, maar een bescheiden leider die instituties herstelt zodat mensen zelf verantwoordelijkheid kunnen dragen. Geen centrale planning van het goede leven, maar ruimte voor individuen en gemeenschappen om dat zelf vorm te geven (spontane orde) binnen een kader van natuurlijk recht en jurisprudentie.
Misschien ligt daar de les: zeker niet dat religie per definitie altijd vrij maakt, maar dat haar filosofische kern juist een krachtige correctie was op het concept van onbeperkte macht. En dat die kern verrassend dicht ligt bij wat wij vandaag libertarisme noemen.