Net Zero

Net zero wordt gepresenteerd als een technisch klimaatdoel. In werkelijkheid is het een enorm politiek project dat diep ingrijpt in eigendom, energie, industrie en individuele vrijheid. Vanuit libertair perspectief ligt het probleem niet alleen in het klimaatdebat zelf. Het probleem is vooral de poging van staten om de economie centraal te sturen richting een vooraf bepaald eindpunt.

Het idee achter net zero is dat overheden de energiemix van een hele samenleving kunnen plannen. Ze bepalen welke energiebronnen mogen bestaan, welke industrieën verdwijnen, welke technologieën gesubsidieerd worden en welke activiteiten belast of verboden worden. Dat vereist een niveau van centrale planning dat sterk lijkt op industriële politiek uit de twintigste eeuw.

Libertariërs kijken anders naar dit soort projecten. Niet omdat we milieuvervuiling ontkennen. Maar omdat we weten dat centrale planning bijna altijd leidt tot inefficiëntie, verspilling en politieke lobby.

Zodra de staat enorme subsidies en reguleringen introduceert rond energie, ontstaat er een strijd om privileges. Grote bedrijven, consultants, energiebedrijven en lobbygroepen proberen allemaal een stuk van de subsidiepot te bemachtigen.

Dat is precies wat we nu zien. Het net-zero beleid creëert een nieuwe vorm van corporatisme. Energiebedrijven krijgen subsidies voor wind en zonneparken. Industriële projecten krijgen miljarden aan transitiefondsen. Banken en financiële instellingen verdienen aan groene obligaties en klimaatfondsen. Ondertussen betalen burgers via hogere energieprijzen, belastingen en inflatie.

Een libertaire analyse stelt daarom een andere vraag: welke rol hoort de staat eigenlijk te hebben in energie en milieu?

De eerste taak van een rechtsstaat is het beschermen van eigendom en het aanpakken van concrete schade. Als een bedrijf aantoonbare schade veroorzaakt aan het eigendom van anderen, moet dat juridisch worden aangepakt. Dat principe is helder, toepasbaar en compatibel met een vrije samenleving.

Net zero werkt precies andersom. Het baseert beleid op globale modellen, abstracte doelen voor 2050 en centrale planning van hele sectoren. Daardoor wordt energiebeleid onvermijdelijk politiek. Elke beslissing over subsidies, verboden of normen wordt een strijd tussen belangengroepen.

Bovendien onderschat net zero systematisch de kracht van innovatie in een vrije markt. De grootste energietransities in de geschiedenis kwamen niet voort uit staatsplanning maar uit technologische doorbraken. Steenkool verving hout omdat het efficiënter was. Olie verving steenkool omdat het praktischer was. Nieuwe technologieën volgen dezelfde logica.

Vrije markten experimenteren met duizenden oplossingen tegelijk. Staten proberen één pad te kiezen en dwingen de samenleving dat pad te volgen.

Dat betekent niet dat libertariërs tegen technologie of innovatie zijn. Integendeel. Een libertaire energietransitie zou juist gebaseerd zijn op ondernemerschap, concurrentie en innovatie zonder subsidies of politieke favorieten.

Het echte probleem van net zero is dus niet alleen het klimaatdoel zelf. Het probleem is dat het wordt gebruikt als rechtvaardiging voor grootschalige economische planning, bureaucratische macht en nieuwe vormen van corporatisme.

Een vrije samenleving lost problemen op via innovatie, eigendomsrechten en marktprikkels. Niet via centrale planning richting 2050.

Leave a comment