Afnemen stemrecht van ouderen is slechts symptoombestrijding

za 9 september, 2017
Auteur:

 Columnist Maarten Veeger stelt dat ouderen vanaf 55 jaar het stemrecht zouden dienen te verliezen. Dit komt mede omdat “ouderen het flink kunnen verknallen voor de jongere generatie.”, daarmee doelend op Brexit. De oudere generatie domineert het debat, terwijl deze ouderen “de toekomst niet meer hebben”. Zij sturen daarmee beleid en verzieken de toekomst van jongeren. Op het eerste gezicht een logische gedachte. Echter, Veeger lijkt slechts symptomen te bestrijden zonder het onderliggende probleem van bureaucratie te benoemen. Het is namelijk niet de eerste keer dat jongeren roepen dat ‘de oudere generatie’ het verziekt.

In Bureaucracy (1944) schrijft Ludwig von Mises over de eerste vijftien jaren van de 20e eeuw in Duitsland. Het Duitse keizerrijk kreeg met een nieuw fenomeen te maken. Jongeren verklaarden dat de oudere generaties het volledig verziekt hadden. Weg met de gerontocratie! Door de kracht van de jeugd zou een nieuwe wereld ontstaan. Een nieuwe wereld met echte en gewichtige waarden. Uitgerangeerd waren de kapitalistische en bourgeois samenlevingen. Er zou weldra een nieuwe, betere samenleving gebouwd gaan worden. Hoe dit tot stand zou komen werd nooit duidelijk. Wel dat de overheid de reddende engel zou zijn.

Dezelfde toon was te horen ten tijde van ‘68 en ook nu dus weer. Mises plaatst de oorzaak van deze jongeren bij de bureaucratische organisatie van het Duitse Keizerrijk. De staat was het hoogste orgaan van de samenleving en niets ging erboven.

Op zichzelf is een bureaucratie niet erg. Hierin wordt immers gezorgd voor de toepassing en juiste uitvoering van wetten en regelgeving. Deze vormen het fundament van de rechtstaat. Het wordt pas een probleem als de gehele samenleving de bureaucratische wijze van organiseren overneemt. Dit gebeurde in het Keizerrijk, net als vandaag de dag.

Manieren van organiseren

Er zijn twee manieren van organisatie. Bureaucratische organisatie en winstgerichte organisatie. Het eerste is een gecentraliseerde organisatie. Het mandaat van de bureaucraat komt bij de volksvertegenwoordiging vandaan. Werknemers hebben geen verantwoordelijkheid, maar leggen verantwoording af. De uiteindelijk macht ligt bij de top. In zo’n organisatie ontbreekt een belangrijk natuurlijk correctiemechanisme om te kijken hoe de prestaties zijn. Dat is bij de tweede manier van organiseren anders.

Winstgericht organiseren houdt in dat resultaten van een organisatie afgelezen worden aan de mate waarin consumenten producten afnemen van die organisatie. Dit wordt zichtbaar in de winst of in het verlies. De burger is uiteindelijk de baas met zijn portemonnee.

De winstgerichtheid dient als signaal voor de organisatie om bij te sturen, of geheel van richting te veranderen. Het gaat dus expliciet niet om het maken van winst als doel van de organisatie. Werknemers dragen verantwoordelijkheid en hun acties reflecteren de wensen van consumenten.

Het ontbreken van dit signaal is het cruciale verschil tussen een bureaucratische organisatie en een winstgerichte organisatie. Dit is de oorzaak van de symptomen die Veeger aan wil pakken.

Bureaucratie, organisatie, en samenleving

In een bureaucratisch georganiseerde samenleving verdwijnt de winstgerichtheid. Daarmee verdwijnt de dynamiek uit bedrijven. Deze worden statisch, verantwoordelijkheid verdwijnt. Denk hierbij aan artsen die meer zitten te schrijven wat de patiënt vertelt, dan dat ze echt kunnen luisteren. Tegelijkertijd neemt de regeldruk toe. Mensen kunnen minder zelf beslissen. Afwijkingen moeten worden uitgelegd.

Voor bedrijven neemt de regeldruk toe. Dat kan niet elke nieuwe werknemer aan. Daarnaast zitten werknemers vaster op hun plek, vanwege de verdwenen dynamiek. Die wordt ingeruild voor zekerheid en veiligheid. De bureaucratische organisatie werpt een onnatuurlijke barrière tussen werkende generaties op.

Mensen uitsluiten is geen oplossing, barrières verwijderen wel

Dat de ouderen het ‘verzieken’ voor jongeren is dus onjuist. Zij zijn ook maar opgegroeid in een sterk bureaucratische wereld waarin men van jongeling tot aan het pensioen bij hetzelfde bedrijf bleef werken. Dat gaat goed, zolang de economische groei de kosten van de bureaucratische organisatie teniet doet. Dat is evident niet meer het geval.

Uitsluiting van burgers kan nooit de bedoeling zijn. Zelfs niet op vrijwillige basis. Bovendien is de logische conclusie dat bij toenemende bureaucratie uiteindelijk niemand meer zou moeten stemmen. Dan is er slechts nog totalitaire bureaucratie en bent u allen onderdaan. Dat kan Veeger nooit bedoeld hebben.

Een oplossing ligt dan ook in de wijze van organiseren. Zorg dat bedrijven zich weer kunnen organiseren volgens het beginsel van winstgerichtheid. Na een periode van aanpassing en herstel kunnen vervolgens de verschillende generaties weer leren samenwerken. In zo’n situatie worden zij immers niet gescheiden door de bureaucratie-barrière.

De optimistische arrogantie van de jeugd en de zelfbeschermende starheid van de ouderen wordt overbodig. De kennis en kunde van vele decennia kunnen op natuurlijke wijze overgebracht worden op nieuwe generaties. Zo hoeft de jeugd niet telkens het wiel uit te vinden.

Ach, het verdwijnen van de bureaucratische manier van organiseren. Een man mag dromen.