Weg met de democratie

za 5 januari, 2013

democratie

Stel u eens voor, een democratisch gekozen wereldregering uitgaande van het principe van een man, een stem op wereldschaal. Wat zou de waarschijnlijke uitkomst van zulk een verkiezing zijn? Waarschijnlijk zouden we een Chinees-Indiase coalitieregering krijgen.

En wat zou deze overheid waarschijnlijk doen teneinde haar achterban tevreden te stellen en te worden herkozen? De overheid zou waarschijnlijk vinden dat de zogenaamde Westerse wereld veel te veel welvaart heeft en dat de rest van de wereld, China en India in het bijzonder, veel te weinig heeft. Vandaar dat een systematische herverdeling van welvaart en inkomen vereist is. Of stel u eens voor dat in uw eigen land het kiesrecht zou zijn uitgebreid en 7-jarigen stemrecht zouden hebben. Hoewel in de regering kinderen niet de dienst uit zouden maken zou het beleid zeer zeker de ‘wettige belangen’ van kinderen om ‘gepaste’ en ‘gelijke’ toegang te hebben tot ‘gratis’ hamburgers, limonade en filmpjes weerspiegelen.

Is er, in het licht van deze ‘gedachte-experimenten’, enige twijfel over de consequenties welke volgden uit het proces van democratisering dat in de tweede helft van de negentiende eeuw begon in Europa en de Verenigde Staten en tot rijpheid kwam sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog? De voortschrijdende uitbreiding van het kiesrecht en uiteindelijk de invoering van algemeen kiesrecht voor volwassenen bewerkstelligde binnen elk land wat een werelddemocratie zou bewerkstelligen voor de gehele aarde: het zette een beweging in gang, naar het schijnt een bestendige neiging, richting herverdeling van welvaart en inkomen.

keep-calm-vote-nobodyEen man, een stem gecombineerd met ‘gratis entree’ in de regering – democratie – houdt in dat elk persoon en zijn persoonlijke eigendom in het bereik – en in het oprapen – komt van ieder ander. Een ‘tragedie voor de burgers’ wordt geschapen. Men kan verwachten dat meerderheden van ‘bezitlozen’ onverbiddelijk zullen proberen zichzelf te verrijken op kosten van de minderheden van ‘bezitters’. Dat wil niet zeggen dat er één klasse van bezitlozen en één klasse van bezitters zal komen en dat de herverdeling onveranderlijk van de rijken naar de armen zal zijn. Integendeel. Hoewel de herverdeling van rijk naar arm altijd overal een voorname rol zal spelen zou het een sociologische blunder zijn om te veronderstellen dat het de enige of zelfs de voornaamste vorm van herverdeling zou zijn. Uiteindelijk zijn de ‘permanente’ rijken en de ‘permanente’ armen gewoonlijk rijk of arm om een reden. De rijken worden gekenschetst als pienter en vlijtig en de armen getypeerd als dom, lui of beiden. Het is niet erg waarschijnlijk dat sufferds, zelfs als zij de meerderheid uitmaken, zichzelf zullen verrijken ten koste van een minderheid van pientere en energieke individuen die zij systematisch te slim af zijn. Eerder zal de meeste herverdeling plaats vinden binnen de groep van de ‘niet-armen’ en vaak zullen het zowaar degenen die beter af zijn er in slagen zich te laten subsidiëren door degenen die slechter af zijn. Denk maar eens aan het bijna algemene gebruik van het bieden van een ‘gratis’ universitaire opleiding, waardoor de arbeidersklasse, wiens kinderen zelden naar de universiteit gaan, moet betalen voor het onderwijs van de kinderen van de middenklasse! Bovendien kan men verwachten dat er veel wedijverende groepen en coalities iets proberen te winnen ten koste van anderen. Er zullen afwisselende criteria zijn die bepalen wat de ene persoon tot een ‘bezitter'(die het verdient om geplunderd te worden) en de andere tot een ‘bezitloze'(die het verdient de buit te ontvangen) maakt. Individuen zullen tegelijkertijd tot een groot aantal groepen van ‘bezitters’ en ‘bezitlozen’ behoren die verliezen vanwege een van hun karakteristieken en winnen vanwege een andere, waardoor sommige individuen uiteindelijk netto-verliezers en anderen netto-winnaars worden van herverdeling.

De erkenning van democratie als een mechanisme van herverdeling van welvaart en inkomen onder het volk samen gaande met een van de meest fundamentele principes in alle economische theorieën – dat men uiteindelijk meer krijgt van hetgeen men subsidieert – verschaft de sleutel tot het begrijpen van de huidige tijd.

Alle herverdeling, ongeacht het criterium waar het op gebaseerd is, brengt het ‘nemen’ van de oorspronkelijke eigenaar en/of producenten (degenen die iets ‘hebben’) en het ‘geven’ aan niet- eigenaren en niet-producenten (degenen die iets ‘niet hebben’) met zich mee. De prikkel om de oorspronkelijke eigenaar of producent van het ding in kwestie te zijn wordt verlaagd en de prikkel om een niet-eigenaar en een niet-producent te zijn wordt verhoogd.

Dienovereenkomstig, als resultaat van het subsidiëren van individuen omdat zij arm zijn, zal er meer armoede zijn. Door mensen te subsidiëren omdat zij werkeloos zijn zal er meer werkeloosheid worden geschapen. Alleenstaande moeders steunen van belastinggeld zal leiden tot een stijging van het aantal eenouderschappen, “onwettige kinderen” en echtscheidingen. Door kinderarbeid te verbieden wordt er inkomen overgedragen van gezinnen met kinderen naar kinderloze personen (ten gevolge van de beperking van het arbeidsaanbod zullen de loonkosten stijgen). Dienovereenkomstig zal het geboortecijfer dalen. Aan de andere kant, door het onderwijs van kinderen te subsidiëren, wordt het tegenovergestelde effect geschapen. De inkomsten worden overgedragen van de kinderlozen en degenen met weinig kinderen naar degenen met veel kinderen.

Als gevolg hiervan zal het geboortecijfer dalen. Nochtans zal de waarde van kinderen wederom zakken, en de geboortecijfers zullen dalen ten gevolge van de zogeheten sociale zekerheid, want door gepensioneerden (de ouderen) te subsidiëren van belastingen opgelegd aan de huidige verdieners van inkomen (de jongeren) wordt het instituut gezin – de intergenerationele band van ouders, grootouders en kinderen – systematisch verzwakt. De ouderen hoeven zich niet langer te verlaten op de hulp van hun kinderen als zij niet gespaard hebben voor hun oude dag, en de jongeren (die minder rijkdom geaccumuleerd hebben) moeten de ouderen (die meer rijkdom geaccumuleerd hebben) steunen in plaats van andersom, zoals in families gebruikelijk is. De kinderwens van ouders en de ouderwens van kinderen zal dalen, het aantal gebroken gezinnen en probleemgezinnen zal stijgen en voorzorgsmaatregelen die men neemt – sparen en kapitaal opbouwen – zullen slinken terwijl consumptiegedrag aan zal zwellen.

Door de kwaadaardigen, de neurotici, de onvoorzichtigen, de alcoholisten, de drugsverslaafden, de Aids-geïnfecteerden en de fysiek en mentaal ‘uitgedaagden’ te subsidiëren door regulering van verzekeringen en gedwongen zorgverzekeringen zal er meer ziekte, kwaadaardigheid, neurose, onverschilligheid, alcoholisme, drugsverslaving, Aids infectie en fysieke en mentale retardatie zijn. Door niet-criminelen te dwingen, inclusief de slachtoffers van misdaad, te betalen voor de gevangenneming van criminelen (in plaats van dat criminelen hun slachtoffers compenseren en alle kosten van hun in hechtenis neming en gevangenschap betalen) zal de misdaad stijgen. Door zakenmensen te dwingen, door middel van ‘gelijke behandeling’ (‘non-discriminatie’) regels meer vrouwen, homoseksuelen, zwarten en andere ‘minderheden’ in dienst te nemen dan zij willen, zullen er meer minderheden in dienst zijn en minder mannen, heteroseksuelen en blanken. Door private grondbezitters te verplichten ‘bedreigde soorten’ die op hun land verblijven te subsidiëren (‘beschermen’) door natuur-en milieu wetgeving zullen er meer dieren zijn, die beter af zijn, en minder mensen, die slechter af zijn.

Bovendien zal er, door private eigenaren en/of verdieners van inkomen (producenten) te verplichten om ‘politici’, ‘politieke partijen’ en ‘ambtenaren’ te subsidiëren (politici en werknemers bij de overheid betalen geen belastingen maar worden betaald van belastinggeld) , minder welvaart geschapen worden, zullen er minder producenten zijn, zal er minder productiviteit zijn, zal er meer verspilling zijn, zullen er meer ‘parasieten’ zijn en zal er meer parasitisme zijn.

Zakenmensen (kapitalisten) en hun werknemers kunnen hun inkomen niet verdienen zonder goederen of diensten te produceren die worden verkocht op de markten. De aankopen van de kopers zijn vrijwillig. Door een goed of dienst te kopen laten de kopers (consumenten) blijken dat zij dit product of deze dienst verkiezen boven de som geld die zij overdragen teneinde het product of de dienst te verkrijgen. In tegenstelling tot de politici, partijen en ambtenaren die niets produceren dat op de markt wordt verkocht. Niemand koopt ‘goederen’ en ‘diensten’ van de overheid. Zij worden geproduceerd en de kosten om ze te produceren lopen op, maar zij worden niet verkocht en gekocht. De schaduwzijde hiervan is dat het onmogelijk is om hun waarde te bepalen en uit te vinden of de waarde de kosten wel of niet rechtvaardigt. Omdat niemand ze koopt, laat eigenlijk niemand blijken dat hij de goederen en diensten van de overheid de kosten waard acht, sterker nog, of hij wel of niet enige waarde aan ze toekent. Vanuit het oogpunt van de economische theorie is het dus geheel onrechtmatig om voor te wenden, zoals altijd wordt gedaan met de staatsboekhouding, dat de goederen en diensten van de overheid waard zijn wat ze kosten om ze te produceren, om vervolgens simpelweg de waarde aan te merken zoals bij de ‘normale’, privaat geproduceerde (inkoop en verkoop) goederen en diensten om bijvoorbeeld uit te komen bij een bruto binnenlands (of nationaal) product.

Het moge ook verondersteld worden dat goederen en diensten van de overheid niets waard zijn, en zelfs dat zij helemaal geen ‘goederen’ zijn maar ‘slechteren’; vandaar dat de kosten van politici en gans het ambtenarenapparaat afgetrokken zouden moeten worden van de totale waarde van privaat geproduceerde goederen en diensten. Inderdaad, dit veronderstellen zou veel juister zijn. In tegenstelling tot wat de praktijk inhoudt staat het subsidiëren van politici en ambtenaren gelijk aan subsidie om met weinig of geen bekommernis te ‘produceren’ voor het welzijn van de zogenaamde consumenten, en met veel of uitsluitend bekommernis voor het welzijn van de ‘producenten’, dat wil zeggen de politici en de ambtenaren. Hun salarissen blijven hetzelfde, of de gevolgen van hun prestaties voor de consumenten nu bevredigend zijn of niet. Dienovereenkomstig, als een gevolg van uitbreiding van de werkgelegenheid in de ‘publieke’ sector, zal luiheid, onvoorzichtigheid, incompetentie, slechte dienstbaarheid, slechte behandeling, verspilling en zelfs vernietiging toenemen – en tegelijkertijd bovendien arrogantie, volksmennerij en leugens (‘wij werken voor het gemeenschappelijke belang’).

Na minder dan honderd jaar democratie en herverdeling zijn de voorspelbare gevolgen er. De ‘reserve voorraad’ dat was geërfd van het verleden is klaarblijkelijk uitgeput. Sedert decennia (sinds eind jaren 1960 of begin jaren 1970) zijn de werkelijke levensstandaarden gestagneerd of zelfs gedaald in het Westen. De ‘algemene’ schuld, de staatsschuld, en de kosten van de bestaande sociale zekerheid en zorgverzekeringen hebben het wegsmelten, meltdown, van de economie in het verschiet gebracht. Tegelijkertijd is bijna elke vorm van onwenselijk gedrag – werkeloosheid, afhankelijkheid van de bijstand, verwaarlozing, roekeloosheid, onbeleefdheid, geestesziek gedrag, hedonisme en misdaad – gestegen en sociale conflicten en het ten gronde gaan van de samenleving hebben gevaarlijke toppunten bereikt. Als de huidige ontwikkelingen voortduren dan kan men gerust zeggen dat de Westerse welvaartsstaat (sociaal-democratie) in elkaar zal storten, net zoals het Oosterse (Russische stijl) socialisme eind jaren 1980 in elkaar stortte.

Evenwel leidt economische ineenstorting niet automatisch tot verbetering. Zaken kunnen erger worden in plaats van beter. Wat nodig is benevens een crisis zijn ideeën – correcte ideeën – en mensen die in staat zijn ze te begrijpen en toe te passen als de mogelijkheid zich voor doet. Uiteindelijk zijn de ideeën, of zij nou goed of slecht zijn en mensen die handelen naar of geïnspireerd worden door goede of slechte ideeën, bepalend voor de loop van de geschiedenis. De huidige rotzooi is eveneens het gevolg van ideeën. Zij is het gevolg van de overweldigende bijval, door de publieke opinie, voor de idee van democratie. Zo lang deze bijval de overhand heeft zal een catastrofe onafwendbaar zijn en zal er zelfs geen hoop meer zijn op verbetering na zijn verscheiden. Aan de andere kant, als eenmaal de idee van democratie is herkend als vals en verdorven – en ideeën kunnen in principe vrijwel meteen veranderen – kan een catastrofe afgewend worden.

De hoofdtaak voor degenen die het tij willen keren en een totale ineenstorting willen voorkomen is de ‘delegitiminatie’ van de idee van democratie als de grondoorzaak van de huidige staat van progressieve ‘decivilisatie’. Voor dit doel dient men er eerst op te wijzen dat het moeilijk is om in de geschiedenis of de politieke theorie voorstanders van democratie te vinden. Vrijwel alle belangrijke denkers hadden niets dan minachting voor democratie. Zelfs de Vaders des Vaderlands van de Verenigde Staten, vandaag de dag beschouwt als het model van een democratie, waren er strikt tegen. Zonder een enkele uitzondering beschouwden zij democratie als niets meer dan regering door het gepeupel. Zij beschouwden zichzelf als leden van een ‘natuurlijke aristocratie’ en in plaats van democratie stonden zij een aristocratische republiek voor. Buitendien, zelfs onder de weinige theoretische verdedigers van de democratie als Rousseau, bijvoorbeeld, is het bijna onmogelijk om iemand te vinden die democratie bepleit voor iets anders dan extreem kleine gemeenschappen (dorpen en kleine steden). Met recht, in kleine gemeenschappen waar iedereen iedereen persoonlijk kent, de meeste mensen kunnen niet anders dan erkennen dat de positie van degenen die ‘hebben’ kenmerkend gebaseerd is op superieure persoonlijke prestaties net zoals de positie van degenen die ‘niet hebben’ verklaard kan worden door hun persoonlijke tekortkomingen en inferioriteit. In deze omstandigheden is het veel moeilijker om er mee weg te komen om te proberen, tot eigen voordeel, anderen en hun eigendommen te plunderen. In duidelijk contrast hiermee: in grote gebieden die miljoenen of zelfs honderden miljoenen mensen omvatten, waar potentiële plunderaars hun slachtoffers niet kennen, en vice versa, is de menselijke begeerte zichzelf te verrijken ten koste van een ander aan weinig of geen beteugeling onderhevig.

Belangrijker, het moet weer duidelijk worden gemaakt dat de idee van democratie zowel immoreel als oneconomisch is. Aangaande de morele status van regering door de meerderheid moet er op gewezen worden dat A en B wordt toegestaan samen C uit te kleden, C en A op hun beurt beroven B, en vervolgens spannen B en C samen tegen A, enz. Dit is geen rechtvaardigheid, maar morele verkrachting, en in plaats van democratie en democraten met respect te behandelen zouden zij openlijk geminacht dienen te worden en worden bespot als morele bedriegers. Aan de andere kant, wat de economische kwaliteit van democratie betreft, moet het zo krachtig mogelijk worden benadrukt dat niet democratie maar dat privé eigendom, productie en vrijwillige ruil de voornaamste bronnen van de menselijke beschaving en voorspoed zijn. Het dient vooral te worden benadrukt, in tegenstelling tot de wijdverbreide mythen, dat het gebrek aan democratie in essentie niets te maken heeft met het bankroet van het socialisme Russische stijl. Het was niet de manier waarop politici gekozen werden dat het probleem van het socialisme vormde. Het was politiek en politieke besluitvorming als zodanig. In tegenstelling tot elke private producent onafhankelijk te laten beslissen over wat er gebeurt met specifieke bronnen, zoals onder een regime van privé

eigendom en contractualisme, is met volledig of deels gesocialiseerde productiefactoren voor elke beslissing toestemming van iemand anders nodig. Het doet voor de producent niet ter zake hoe degenen die toestemming geven worden gekozen. Wat hem aangaat is dat er überhaupt toestemming gevraagd moet worden. Zolang dit het geval is, wordt de prikkel van de producenten om te produceren verlaagd, met verarming tot gevolg. Privé eigendom is onverenigbaar met democratie, zoals met elke andere vorm van politieke heerschappij. In plaats van democratie is voor zowel rechtvaardigheid als economische doelmatigheid een zuivere, niet aan restricties gebonden samenleving met privé eigendom nodig – een ‘anarchie van productie’ – in welke niemand iemand regeert en waar alle betrekkingen van producenten vrijwillig zijn, en dus in wederzijds voordeel.

Ten slotte, ten bate van strategische overwegingen, ten einde het doel te benaderen van een niet-uitbuitende sociale orde d.w.z., een privé eigendom anarchie, zou de idee van meerderheidisme gekeerd dienen te worden tegen de democratische heerschappij zelf. Onder elke vorm van overheidsheerschappij, inclusief een democratie, maakt de ‘heersende klasse’ (politici en ambtenaren) enkel een klein deel uit van de de totale bevolking. Terwijl het mogelijk is dat honderd parasieten een comfortabel leven leiden van de producten van duizend gastheren, kunnen duizend parasieten niet leven van honderd gastheren. Uitgaande van de erkenning van dit feit lijkt het mogelijk te zijn om een meerderheid van de kiezers te overreden de toegebrachte schade te verergeren, ten aanzien van degenen die van andermans belastingen leven, door zeggenschap te hebben hoe hoog deze belastingen zijn, en dus te beslissen, democratisch, de werknemers van de overheid en iedereen die hulp van de overheid ontvangt het stemrecht te ontnemen, of het nou gaat om steuntrekkers of degenen die met de overheid verbonden zijn. Als toevoeging, samen met deze strategie is het nodig het overweldigende belang te erkennen van afscheiding en afscheidingsbewegingen.

Als meerderheidsbesluiten ‘juist’ zijn, dan moet de grootste van alle mogelijke meerderheden, een wereld meerderheid en een democratische wereldregering worden beschouwt als de ultieme ‘juistheid’ met gevolgen zoals voorspeld aan het begin van dit artikel. In contrast hiermee betreft afscheiding altijd een kleinere populatie die zich losrukt van een grotere populatie. Derhalve is het een stem tegen het principe van democratie en meerderheidisme. Hoe verder het proces van afscheiding vordert – tot het niveau van kleine regio’s, steden, stadsdistricten, plaatsen, dorpen en uiteindelijk individuele huishoudens en vrijwillige verenigingen en firma’s van private huishoudens – hoe moeilijker het zal worden om het huidige peil van de politiek van herverdeling te kunnen handhaven. Tevens, hoe kleiner de territoriale eenheden, hoe waarschijnlijker het zal zijn dat een paar individuen, uitgaande van de erkenning van het volk voor economische onafhankelijkheid, buitengewoon professionele prestaties, onberispelijk persoonlijk leven, superieur oordeel, moed en smaak zullen rijzen tot de top van natuurlijke, vrijwillige, erkende elites en rechtmatigheid verlenen aan de idee van een natuurlijke orde van competitie (niet-monopolistisch) en vrijelijk (vrijwillig) bekostigde ordebewaarders, rechters, en overlappende jurisdicties zoals zelfs nu bestaan in het domein van de internationale handel en het reizen – een pure privaat recht samenleving – als antwoord op de democratie en elke andere vorm van politieke (dwingende) heerschappij.

Vertaling: Oscar Petri

Verantwoording

In mijn vertaling van dit artikel van Hans-Hermann Hoppe heb ik getracht anglicismen te vermijden en recht te doen aan het wonderlijke taalgebruik van Hoppe, die schrijft alsof hij mondeling college geeft, neologismen gebruikt en zich soms functioneel bedient van

taalgebruik dat voor sommigen provocerend over kan komen. Waar Hoppe een ongebruikelijk Engels gebruikt, heb ik een ongebruikelijk Nederlands gebruikt. De syntaxis van de zinnen heb ik zo veel als mogelijk in tact gelaten, ofschoon ik zo nu en dan een komma heb toegevoegd om de leesbaarheid te vergroten.

 

 

3 Responses to “Weg met de democratie”

  1. Wouter schreef:

    Een goed stuk. Ik wist dat de democratie faalt op het moment dat mensen ontdekken dat ze aan zichzelf geld kunnen stemmen.
    Dat het een inherent vijandige staatvorm is was nog niet in mij opgekomen.

  2. R. Hartman schreef:

    “Of stel u eens voor dat in uw eigen land het kiesrecht zou zijn uitgebreid en 7-jarigen stemrecht zouden hebben.”
    Obama gebruikt kinderen om het uitbannen van vuurwapens te promoten; kinderen die brieven hebben geschreven dat vuurwapens ‘slecht’ zijn mogen bij hem op het podium staan als hij zijn betoog houdt.
    Ondertussen mag Obama graag (kleiduiven) schieten in zijn vrije tijd (we do it all the time) en steunt hij clandestiene wapenlevering aan Mexicaanse drug-cartels (operatie Fast & Furious) waarmee vervolgens andere kinderen (ook Amerikaanse) van hun vaders beroofd worden.
    Kindermisbruik is een brede definitie…
    Dat democratie een kwaadaardige staatsvorm is schreef ik in 2007 al op HVV: http://hvv.amsterdampost.nl/HVV/www.hetvrijevolk.com/index0bd9-2.html?pagina=5017

  3. R. Hartman schreef:

    Uitstekende vertaling overigens van een belangwekkend stuk. Dat het maar vele ogen moge openen.