Markten zijn vreedzaam

Dit stuk is geschreven door Dr. Thorsten Polleit. Dr. Thorsten Polleit is hoofdeconoom van Degussa en honorair hoogleraar aan de universiteit van Bayreuth. Hij treedt ook op als beleggingsadviseur.

In dit artikel wil ik enkele fundamentele economische inzichten presenteren over de oorzaak van oorlog, aangezien oorlog de menselijke geschiedenis chronisch heeft geteisterd, vooral de meer recente geschiedenis. In 1919 publiceerde de econoom Ludwig von Mises (1881-1973) een boek, getiteld ‘Nation, State, and Economy’, waarin hij een verklaring gaf voor de catastrofale Eerste Wereldoorlog.

Het antwoord van Mises zal velen vandaag de dag misschien verbazen: de oorlog ontstond omdat men afweek van het idee van vrije markten, vrije handel, individuele vrijheid, en gelijkheid voor de wet. Kortom, het was het loslaten van het liberalisme en de opkomst van de staat zoals we die vandaag de dag kennen, die tot de Eerste Wereldoorlog leidden.

De moderne staat is agressief, zowel naar binnen als naar buiten toe, en hij heeft ook een motief om oorlogen te voeren tegen andere staten om zijn belangen met geweld te doen gelden. Staat en oorlog gaan als het ware hand in hand. Om dit nader toe te lichten, zou ik enkele economische overwegingen naar voren willen brengen.

Het is een logische, onbetwistbare waarheid dat de mens doelen heeft die hij met behulp van middelen tracht te bereiken. Ook verkiest de mens meer middelen boven minder middelen en geeft hij de voorkeur aan een vroegere bevrediging van behoeften boven een latere bevrediging. Als rationeel wezen beseft hij vroeg of laat dat arbeidsverdeling voordelig voor hem is, omdat het de opbrengst van zijn werk verhoogt. Arbeidsverdeling betekent dat iedereen het werk doet dat hij kan doen tegen de relatief laagste kosten.

Arbeidsverdeling vereist ruil en handel. Immers, als zij zich organiseren op basis van arbeidsverdeling, produceren de meeste mensen niet langer direct voor hun eigen behoeften, maar produceert bijna iedereen voor de behoeften van zijn medemensen. Het is de verdeling van de arbeid die mensen samenbrengt. Het zorgt ervoor dat mensen elkaar erkennen als wederzijds nuttig bij het aanpakken van de uitdagingen in hun leven. Eenvoudig gezegd: de koper van een product heeft er belang bij dat de fabrikant het goed gaat, anders kan hij het goed niet kopen.

De arbeidsverdeling is een natuurlijk verschijnsel in een systeem van vrije markten. In vrije markten zijn consumenten vrij om de goederen te vragen die het best aan hun behoeften voldoen; en hebben producenten de vrijheid om hun medemensen vrijwillig de goederen aan te bieden waar zij om vragen.

Een systeem van vrije markten, indien in de praktijk gebracht, zou de mensen over de gehele wereld vroeg of laat in staat stellen om deel te nemen in een zeer hechte arbeidsverdeling. Het resultaat zou een blijvende vreedzame en productieve samenwerking tussen mensen zijn.

Oorlog is de vrije markt vreemd

Omdat oorlog volledig vreemd is aan het systeem van vrije markten, hebben mensen die het productieve effect van de arbeidsverdeling op wereldwijde schaal kennen en ervaren, geen enkele reden om zich in te laten met zoiets als oorlog, omdat het tegen hun persoonlijke belangen zou zijn. Maar helaas bestaat er in deze wereld geen marktsysteem dat werkelijk vrij is, of ooit kon zijn.

Al vele eeuwen, vooral sinds het begin van de moderne tijd, bestaat de staat. Aanvankelijk was een staat in handen van de leenheer en de koning. Daarna was er de keizer. In het meer recente verleden was er de republiek, de dictatuur en de moderne democratische staat.

We kunnen ons afvragen: Wat is de staat precies? Je zou kunnen antwoorden: “De staat, dat zijn wij allemaal” of “We kunnen niet zonder de staat, want wie zou er wegen en scholen bouwen, de behoeftigen ondersteunen, zorgen voor recht en veiligheid?”

De logica van het handelen brengt echter een heel ander soort antwoord aan het licht. Vanuit dat gezichtspunt is het duidelijk dat de staat (zoals we die nu kennen) een dwangmonopolie van macht is, het gebruik van geweld. De Amerikaanse econoom en sociaal filosoof Murray N. Rothbard (1926-95) definieert de staat (zoals wij die vandaag-de-dag kennen) als de territoriale, dwingende monopolist met de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid over alle conflicten op zijn grondgebied en als degene die ook het recht heeft om belastingen te heffen.

Zo’n staat is natuurlijk geen natuurlijke instelling, is niet vrijwillig door mensen in het leven geroepen, en had ook niet kunnen ontstaan in een systeem van vrije markten, want in vrije markten is er alleen vrijwillige ruil en handel; er is geen door dwang en geweld afgedwongen actie.

De Duitse socioloog, arts en econoom Franz Oppenheimer (die overigens de promotor was van Ludwig Erhard, de vader van de Duitse sociale markteconomie en de tweede kanselier van de Bondsrepubliek Duitsland) stelde ondubbelzinnig vast dat de staat in feite gebaseerd is op dwang en geweld. Oppenheimer schrijft dat de staat gedurende de eerste stadia van zijn bestaan

in zijn ontstaan, in wezen en bijna volledig, een sociale instelling is, door een overwinnende groep mensen opgedrongen aan een verslagen groep, met als enig doel de heerschappij van de overwinnende groep over de overwonnenen te regelen, en zichzelf te beveiligen tegen opstand van binnenuit en aanvallen van buitenaf. Uiteindelijk had deze heerschappij geen ander doel dan de economische uitbuiting van de overwonnenen door de overwinnaars.

Rothbard en Oppenheimer vertellen ons dat de staat een agressieve instelling is en vooral agressief naar binnen toe. De heersende klasse streeft er niet alleen naar om middels de staatsmacht haar macht over de geregeerde klasse te handhaven, maar ook uit te breiden door middel van verboden en geboden, verordeningen en wetten, hogere belastingen, en nog veel meer.

De reden hiervoor ligt voor de hand: als de staat het territoriale machtsmonopolie heeft om uiteindelijk over alle conflicten op zijn grondgebied te beslissen, en als hij ook de macht heeft om belastingen te heffen (inclusief de belasting door middel van belasting), dan zal de staat (de mensen die zijn macht uitoefenen) er natuurlijk meer en meer gebruik van maken.

De heersende klasse verkiest meer middelen boven minder middelen, en zij verkiest een vroegere bevrediging van verlangens boven een latere bevrediging. Eenvoudig gezegd: de staat (zoals we die nu kennen) wordt mettertijd groter en machtiger en met de burgers en ondernemers die onder zijn gezag staan wordt steeds meer gesold en hun vrijheden worden steeds verder ingeperkt. De staat zal echter niet alleen “intern” groter en machtiger worden, maar ook extern, zodra hij daartoe een geschikte gelegenheid krijgt.

Staten die zich ideologisch met elkaar verbonden voelen, hebben een prikkel om een kartel te vormen om de onderlinge concurrentie uit te schakelen. Een voorbeeld van zo’n staatskartel is de Europese Unie. Het stelt de lidstaten in staat groter en machtiger te worden.

Agressie van staten

Maar als staten verschillende belangen nastreven en verschillende ideologieën aanhangen, hebben zij een motief om agressief en oorlogszuchtig hun macht op te bouwen en uit te breiden. De wereldgeschiedenis staat bol van oorlogen tussen staten met dit soort motieven.

Grote staten zijn natuurlijk bijzonder agressief tegenover de buitenwereld omdat zij relatief gemakkelijk aan de middelen kunnen komen die nodig zijn om een agressieve buitenlandse politiek te voeren, zoals geld, wapens en soldaten. Wanneer grote staten verschillende ideologieën aanhangen, is het gevaar van oorlog tussen hen zeer groot. Een voorbeeld hiervan zijn de vele militaire conflicten, vooral in de vorm van proxy-oorlogen, tussen de Verenigde Staten en de voormalige Sovjet-Unie.

Het is duidelijk dat de moderne staat agressief is in economische zin, zodat gewapende conflicten tussen staten geen tragisch toeval zijn, maar een logisch gevolg. Dit is overigens een fundamenteel inzicht dat de Pruisische generaal Carl von Clausewitz in 1832 formuleerde, door te verklaren: “Oorlog is slechts een voortzetting van politiek met andere middelen.”

Dus als we oorlog effectief willen voorkomen, zoals Mises zei, moeten we de staat beperken en dus stevige grenzen stellen aan politiek en politici. Schreef Mises: “Wie vrede onder de naties wil, moet proberen de staat en zijn invloed zo strikt mogelijk te beperken.” En we moeten ook onvoorwaardelijk het concept van de vrije markt omarmen, omdat die, en niet de staat, vrede en welvaart garandeert voor de mensen op deze planeet.

Er zijn slechts twee manieren waarop menselijke samenwerking tot stand komt: op vrijwillige basis of door middel van dwang. De vrije markt staat voor vrijwillige samenwerking; dwang en geweld zijn de middelen van de staat.

Er is een belangrijk punt dat we moeten maken: recht en veiligheid zijn onontbeerlijk als mensen in een gemeenschap vreedzaam en productief willen samenleven. Maar recht en veiligheid kunnen natuurlijk ook tot stand worden gebracht in een stelsel van vrije markten. Een staatsmonopolist is niet nodig.

De economie kan veel doen om de wereld vreedzamer en dus ethisch en moreel beter te maken. Wie leert hoe een systeem van vrije markten werkt, wat het doet, zal geen reden hebben om een staat te eisen. Dit helpt ons te begrijpen waarom kleine staten en kleine politieke eenheden vreedzamer en welvarender zijn dan grote staten en grote politieke eenheden. Het is geen toeval dat de mensen die vertrouwen op het systeem van vrije markten en zich organiseren in kleine eenheden vreedzaam zijn en tegelijkertijd het hoogste inkomen per hoofd van de bevolking verdienen. Ik denk aan Zwitserland, Liechtenstein, Monaco, Singapore en Hong Kong.

Wie denkt dat de oplossing van het conflict Rusland-Oekraïne ligt in de verdere herbewapening van staten, in sancties en in het einde van de grensoverschrijdende arbeids- en handelsverdeling, begaat een ernstige vergissing. Het probleem van de oorlog is niet opgelost wanneer de agressor is verslagen, maar pas wanneer de ideologieën die tot oorlog leiden volledig in diskrediet zijn gebracht en de mensen niet meer aanspreken.

De Königsbergse Verlichtingsfilosoof Immanuel Kant schreef: “Vrede moet tot stand worden gebracht; zij komt niet vanzelf.” Ik zou daaraan willen toevoegen dat vrede ontstaat wanneer mensen vrijwillig met elkaar samenwerken op vrije markten. Vrede wordt niet gesticht door de staat. Eerder het tegendeel is waar.

De foto is gemaakt door: Matti en wordt gebruikt onder deze licentie

Leave a comment