Prijscontroles: een klassieke fout

Prijscontroles door overheden kennen een lange geschiedenis. De overheid gebruikt het middel van de prijscontrole vaak als uitweg in een tijd waarin prijzen de pan uit rijzen. Economen zijn het erover eens dat prijscontroles enkel contra-productief werken. Dit gegeven weerhoudt veel politici er echter niet van om prijscontroles in te voeren. Er ligt momenteel een Italiaans voorstel op de tekentafel bij de Europese Unie om de gasprijs te maximeren. In Spanje geldt er al een maximumprijs voor gas en in ons eigen kikkerlandje krijgen we te maken met steeds striktere regulering van huren. Het plan van Hugo de Jonge heeft als doel het verlagen van de huren en het maximeren van huurverhogingen. Het maximeren en controleren van huurprijzen heeft hetzelfde effect als het controleren van iedere andere prijs en is daarom onverstandig. 

De geschiedenis kent vele voorbeelden van overheden die de prijzen van goederen willen controleren. Één goed voorbeeld is dat van Romeins keizer Diocletianus. Het Romeinse Rijk raakte in verval door economisch wanbeleid. De Inflatie was enorm evenals de staatsschuld.  Ten tijde van het Romeinse Rijk trachtte Keizer Diocletianus via prijscontroles de prijsstijgingen van zo ongeveer elk goed in bedwang te houden. Iedere koopman die zich niet aan de door Diocletianus bepaalde prijs hield stond de doodstraf te wachten. Diocletianus wilde evenals de keizers die hem voorgingen niet de schuld van het veroorzaken van inflatie en enorme prijsstijgingen op zich nemen. De Denarius, de tot dan toe meest gebruikte zilveren munt, werd door de keizers stelselmatig ontwaard. De munten werden kleiner en het zilvergehalte nam af. De ontwaarding van de Denarius was te danken aan het overheidsbeleid uit die tijd. Het Romeinse Rijk kampte met grote tekorten in de staatskas en bleef consequent te veel uitgeven aan oorlogen. De enige wijze voor de overheid om aan haar verplichtingen te kunnen blijven voldoen was door het ontwaarden van de munt door inflatie. De ontwaarding van de munt leidde tot prijsstijgingen, economische malaise en uiteindelijk de val van het Romeinse Rijk. Door de prijscontroles van Diocletianus stopte producenten met produceren, zochten handelaren de zwarte markt op en vervielen de meeste burgers in ruilhandel. Goederen werden hierdoor nog schaarser en duurder. 

Prijscontroles, zoals die van Diocletianus, zijn primitieve maatregelen die niet de kern van het probleem (inflatie of tekorten) maar het symptoom proberen te bestrijden. Ieder econoom begrijpt vandaag de dag dat prijscontroles niet werken. Prijscontroles leiden tot tekorten, zwarte markten en rantsoenering. Wanneer een goed €50,- kost om te produceren en een politicus stelt dat dit goed voor slechts €30,- verkocht mag worden is het gevolg simpel: het goed wordt niet meer verkocht binnen de jurisdictie waar deze politicus het voor het zeggen heeft. De mensen binnen deze jurisdictie krijgen te maken met tekorten van dat specifieke goed en kunnen enkel nog via de zwarte markt aan het goed komen tegen de werkelijke of een nog hogere prijs.   

Prijzen zijn een uiting van de realiteit. Is er een tekort of veel vraag dan stijgt de prijs. Is er een overschot of weinig vraag dan daalt de prijs. Inflatie zorgt voor algemene prijsstijgingen. Die uiting van de harde realiteit is echter juist hetgeen een politicus niet kan verkroppen. Politici willen de harde realiteit van prijsstijgingen juist verbloemen. Via prijscontroles wil de politicus laten zien aan het volk dat hij er alles aan doet om de prijsstijgingen tegen te gaan. Dit zal de politicus helpen om herkozen te worden. Bovendien zal de politicus, net zoals ieder persoon, haar eigen fouten ontkennen. De economische malaise kan toch zeker niet het gevolg zijn van het eigen beleid? 

Het weigeren om de  ‘hand in eigen boezem te steken’ en het willen afschuiven van de verantwoordelijkheid heeft bij Diocletianus geleid tot het invoeren van prijscontroles. De intentie was om de Romeinse burgers goedkoper goederen te leveren, maar het resultaat was een afwezigheid van goederen en dus tekorten. Politici hebben niet geleerd van de fouten van Diocletianus en prijscontroles zijn vandaag de dag nog zeer regelmatig onderdeel van overheidsbeleid. 

Een goed voorbeeld is het eerder genoemde plan van Hugo de Jonge om prijscontroles binnen de huursector in te voeren. De overheid tracht via steeds strengere regulering de huurprijzen te verlagen. Er wordt een puntensysteem gehanteerd waaraan een maximale huurprijs wordt verbonden. Huren mogen van de overheid door de plannen ook slechts met x% per jaar stijgen. Deze reguleringen zien we voornamelijk terug in het lagere segment huurhuizen, het gevolg: een groot tekort aan betaalbare huurwoningen.

Binnen de vrije markt bestaan er op langere termijn geen tekorten. Als er ergens veel vraag naar is ontstaat er aanbod. De prijsstijging in huur zorgt voor meer aanbod in huurwoningen. Dit grotere aanbod duwt de prijs van huren vervolgens weer omlaag. Op die manier is er voor elk segment huren een passende woning. Het is een bureaucratische overheid die dit proces op allerlei manieren verstoord. Door middel van vergunningverstrekking, regulering, hoge eisen en prijscontroles verstoort de overheid het marktproces. Wanneer ‘de markt’ vervolgens niet het gewenste resultaat oplevert schuift de politicus de schuld altijd af op de ‘niet functionerende markt’ en wordt het eigen foutief handelen stelselmatig ontkend.  

De reguleringen en prijscontroles zijn de voornaamste reden voor de tekorten in het lagere segment huren. De overheid verstoort het marktproces waardoor juist in het lagere segment, waar de overheid zich het meest bemoeit, een enorm tekort aan goedkope huurwoningen is ontstaan. Prijscontroles zijn een verbloeming van de realiteit en het uitstellen van onvrede onder de bevolking. De bevolking ziet enkel de intentie van de politicus en niet de gevolgen van het beleid. De gevolgen van prijscontroles zijn namelijk altijd negatief. Politici zoals Hugo de Jonge hebben niet geleerd van hun Romeinse voorgangers en wanen zich de keizer te rijk om met de ‘nieuwe’ zelfbedachte plannen  de huurstijgingen tegen te gaan. Historisch gezien is dat een garantie op mislukking.

De foto is gemaakt door: Giovanni Dall’Orto, de foto wordt gebruikt onder deze licentie

Leave a comment