De socialist en kapitalist zijn het eens

Binnen het socialisme is het verkleinen van ongelijkheid een van de belangrijkste speerpunten. Veel socialisten zijn van mening dat een grote overheid het geld moet herverdelen over de bevolking. Dit zou moeten leiden tot een ‘eerlijkere’ samenleving met meer gelijkheid. Het kapitalistische perspectief is dat vermogen via vrijwillige samenwerking en overeenkomsten bij degene terechtkomt die het meest bijdraagt. Het nastreven van het ‘eigen belang’ dient volgens de kapitalisten ook het collectieve belang. Ondernemers die slechts hun eigen belang hebben nagestreefd hebben producten, diensten en banen gecreëerd voor de rest van de maatschappij. Hierdoor is de middenklasse ontstaan en is de wereldwijde welvaart toegenomen.

Vandaag de dag wijzen socialisten naar de bekende statistieken over vermogensongelijkheid. De ‘1%’ is hierbij uiteindelijk altijd de kop van jut en hun vermogen dient dan ook te worden afgenomen via hogere belastingen. De oorzaak van de huidige ongelijkheid ligt volgens de socialist bij het ‘losgeslagen’ kapitalisme zoals we dat vandaag de dag hebben. De socialisten hebben gelijk dat de oorzaak van de huidige toegenomen ongelijkheid problematisch is. Het probleem ligt alleen niet in de hoek waar zij zoeken. De socialist maakt namelijk een denkfout; het is niet een overschot aan kapitalisme dat ons in deze situatie heeft gebracht, maar juist een gebrek eraan. 

Gebrek aan kapitalisme zorgt voor meer ongelijkheid

Eigenlijk zijn er twee grote oorzaken van de toegenomen ongelijkheid: inflatie en een kunstmatig lage rente. De rente op spaargeld is al enige tijd 0%, de rente van een hypotheek blijft maar dalen en overheden kunnen zelfs tegen een negatief rentepercentage geld lenen. Veel van dit is onmogelijk binnen een kapitalistische maatschappij. De lage rentes zijn daarom ook geen uitvloeisel van een robuuste vrije markt, maar het gevolg van overheidsbeleid. 

In een vrije markt worden de rentepercentages bepaalt door de hoeveelheid spaargeld binnen een maatschappij. Als een maatschappij veel spaargeld heeft gaat de rente omlaag omdat er voldoende kapitaal beschikbaar is om productieve investeringen te financieren. Wanneer er een tekort aan kapitaal is gaat de rente omhoog om mensen te bewegen om meer te gaan sparen. Een lage rente en een maatschappij die veel spaart duidt op een maatschappij die het heden opoffert voor de toekomst en spaart om in de toekomst meer te kunnen consumeren. Producenten van consumptiegoederen passen hun beleid aan op basis van deze kennis en gaan (met een lagere rente) lange termijn projecten financieren om de burgers binnen deze maatschappij tegemoet te komen. De rente stijgt ook om risico in te prijzen. Als een individu of instantie veel schuld heeft dan is de kans groot dat hij zijn schuld niet kan terugbetalen. Een kapitaalverschaffer wil dit risico compenseren met een hogere rente. 

Vandaag de dag is dit proces in de vrije markt voor een groot deel afwezig, met alle gevolgen van dien. Het is niet de collectieve kennis en collectief handelen van de miljoenen, zo niet miljarden mensen in de vrije markt gezamenlijk die de rente bepaalt maar het is een select groepje bureaucraten. Vandaag de dag wordt de rente namelijk bepaalt door de centrale bankiers van de ECB in Frankfurt. Deze bureaucraten debatteren hevig over wat de ‘juiste’ rente voor de huidige economische situatie is. Dit selecte gezelschap ‘alwetende’ bureaucraten heeft veel weg van een Politbureau zoals we dat uit de Sovjettijd kennen. De centrale bankiers bepalen van bovenaf wat het beste is voor het volk en er is geen enkele democratische controle. De centrale bankiers zijn nu al geruime tijd van mening dat de rente 0% moet zijn, met alle gevolgen van dien.

Gevolgen lage rente

De gevolgen van dit rentebeleid zijn voor de gewone burger niet te overzien. Veel mensen snappen simpelweg niet dat de rente oftewel de prijs van kapitaal een zeer belangrijk prijssignaal is binnen een kapitalistische maatschappij. De manipulatie van dit prijssignaal heeft veel negatieve gevolgen voor de gewone burger.  Een lage rente zorgt ervoor dat de huizenprijzen door het dak gaan, jonge starters en mensen met een laag inkomen zien zo hun droom op een eigen ‘stekje’ in rook opgaan. Een lage rente betekent namelijk lagere rentelasten op de hypotheek en daardoor ontstaat de mogelijkheid om een veel grotere hypotheek aan te gaan. De prijzen van huizen stijgen hierdoor naar recordhoogtes en de eerste aanbetaling wordt onbetaalbaar voor velen. De overheid gooit vervolgens ook nog eens olie op het vuur door de vrije markt te weinig te laten bouwen en te veel te reguleren. Ook biedt de overheid mensen die eigenlijk niet kredietwaardig zijn een hypotheek met extreem lage rente (NHG hypotheken) waarbij de belastingbetaler garant staat als het mis gaat. Het lage rentebeleid is niet bij de hele bevolking impopulair. Prins Bernard jr, u weet wel die met die mooie bril, is groot fan van de lage rente want al zijn huisjes blijven maar in waarde stijgen en zijn rentelasten blijven lekker laag. Goedkoop schuld aan kunnen gaan is immers fantastisch als je veel onderpand hebt en zo kan het vermogen van de rijken in sneltreinvaart groeien. De overwaarde die in huizen gecreëerd wordt is de hoofdoorzaak van de toegenomen ongelijkheid tussen enerzijds mensen met bezit en anderzijds mensen zonder bezit.  

Prins Bernard jr ziet niet alleen de waarden van zijn huisjes door het dak gaan maar ook zijn aandelenportefeuille doet het erg goed. Mensen gaan vanwege de lage rente op zoek naar rendement en stappen massaal in aandelen. Nagenoeg alle beursindices noteren op het moment van schrijven recordhoogtes. De AEX, DAX of Dow Jones zijn sinds de financiële crisis in rap tempo gestegen en de lage rente was hiervoor cruciaal. 

En wie bezitten er relatief veel aandelen? Juist! De rijken….

Voor de rijken met bezit en de grote beursgenoteerde bedrijven is goedkoop kapitaal makkelijk beschikbaar en daarom kunnen ze hun vermogen snel laten groeien. De gemiddelde burger kan hier niet in mee en ziet enkel zijn huis onbetaalbaar worden. Het politieke rentebeleid raakt daardoor vooral de lagere bezitloze klassen binnen de maatschappij.

Een politieke keuze

Als dit beleid werkelijk zo slecht is waarom wordt het dan toch uitgevoerd zult u denken? Het antwoord op die vraag is eigenlijk heel simpel: politiek gewin. Toen Griekenland in 2010 failliet dreigde te gaan was de staatsschuld ongeveer 120% van het BBP. De kapitaalverschaffers zagen de risico’s en de rente begon te stijgen, Griekenland leek failliet. Er werd echter politiek ingegrepen om dit te voorkomen. De facto heeft de Nederlandse belastingbetaler garant gestaan voor de Griekse staatsschuld en kon Griekenland nog even door op de verkeerde weg die het was ingeslagen. De Griekse staatsschuld bedraagt inmiddels 210% van het BBP. De lage rente is de enige reden dat Griekenland niet failliet is. Inmiddels is ook voor andere EU landen een schuld van ruim boven de 100% van het  BBP geen uitzondering meer: Italië met 150%, Portugal met 130%, Spanje, Cyprus, Frankrijk en België met ieder 120% hebben allen baat bij een lage rente. Een stijgende rente zou het faillissement voor veel van deze landen betekenen. 

De centrale bankiers in het Frankfurtse Politbureau willen dit koste wat het kost voorkomen. De politieke belangen zijn groot en de eigen baantjes moeten gered worden. De centrale bankiers zijn bang voor de stijgende rente want dit zou enorme deflatie betekenen. Aandelenbeurzen zullen crashen door de hogere rente en huizenprijzen zullen dalen. Voor de gewone burger zou dit betekenen dat een huis wellicht weer tot de mogelijkheden behoort. 

In een vrije markt was de rente al lange tijd geleden opgelopen om te compenseren voor het grote risico dat deze hoge schulden met zich meebrengen. De centrale bankiers kiezen er echter voor om de pijn die deflatie met zich meebrengt uit te stellen. Door het printen van geld en verruimen van de geldhoeveelheid (inflatie) houden de centrale bankiers de rente laag om het onvermijdelijke te vermijden: het faillissement van de overheid en haar te groot geworden verzorgingsstaat en daarmee het uit elkaar vallen van een gefaalde muntunie (de euro). 

Inflatie zal vooral de middenklasse en arme hard raken. Arme voelen de negatieve gevolgen van inflatie flink in de portemonnee want de boodschappen, benzine en de kosten van levensonderhoud stijgen. De rijken ondervinden behalve de negatieve gevolgen ook de ‘positieve effecten’ van stijgende huizenprijzen en aandelenportefeuilles. Faillissement van de overheid via inflatie is uiteindelijk pijnlijker dan faillissement via deflatie voor mensen met weinig bezit. Centrale bankiers en politici zijn echter niet bezig met de lange termijn maar enkel met de volgende verkiezingen. De financiële crisis op korte termijn voorkomen lijkt belangrijker dan een welvarend land achterlaten voor de kleinkinderen. Via inflatie of monetaire expansie wordt namelijk geen welvaart gecreëerd, voor economische groei is een hogere productiviteit vereist. Als een overheid via inflatie voor zijn uitgaven betaald gaat dit automatisch ten koste van de koopkracht van de gewone burger en zijn spaargeld. Er is dan relatief minder spaargeld beschikbaar om productieve investeringen van te doen. Als we geen gedachteverandering doormaken zal de ongelijkheid alleen maar verder toenemen en de sociale onrust groter worden. 

Doordat de overheid de rente manipuleert kunnen arme moeilijk iets opbouwen, terwijl de rijken goedkoop schuld kunnen aangaan en de waarde van hun bezittingen stijgt. Kapitalisten zijn in principe niet tegen ongelijkheid. Tot op bepaalde hoogte is dit een natuurlijk fenomeen en dienen mensen die veel bijdragen de vruchten daarvan te plukken. De overheid heeft ‘het spel’ echter oneerlijk gemaakt waardoor de huidige ongelijkheid niet een direct uitvloeisel is van een natuurlijk kapitalistisch systeem. De gewone burger voelt de gevolgen in zijn portemonnee en is niet blij met deze ontwikkeling. Maar de gewone burger is vervolgens ook niet in staat om de vinger op de zere plek te leggen. De meeste burgers willen dat de overheid hun problemen oplost, niet realiserende dat dit de veroorzaker is. 

Het feit dat veel mensen vandaag de dag niet kunnen sparen of geen vermogen kunnen opbouwen komt niet door het ‘losgeslagen’ kapitalisme. De onnatuurlijk lage rentestanden en gecreëerde inflatie zijn hier de hoofdoorzaak van. Nederlandse burgers met een gemiddeld inkomen kunnen hierdoor nauwelijks meer fatsoenlijk rondkomen. Iets wat vroeger wel kon. Dat zou niet zo moeten zijn en op dat punt zijn de kapitalist en socialist het met elkaar eens. 

De foto is gemaakt door: The European Pressphoto Agency en wordt gebruikt onder deze licentie

Leave a comment