Waarom nivelleren, ook tussen Europese landen onderling, altijd tot welvaartsvermindering leidt

wo 4 juli, 2018
Auteur:



Hoe welvaart eigenlijk ontstaat
Veel mensen denken dat grote inkomensverschillen verkeerd zijn en dat nivelleren, dus het verkleinen van deze inkomensverschillen door belastingmaatregelen, een goede zaak is. Zo moet er een betere en rechtvaardiger samenleving ontstaan, is de achterliggende gedachte. Er kan veel worden gefilosofeerd over de vraag waarom mensen dat denken. Maar in dit artikel wil ik vooral ingaan op de vraag wat er economisch gezien gebeurt, wanneer er wordt “genivelleerd”. En wat de gevolgen zijn voor de welvaartsontwikkeling van een samenleving.

Om deze vraag te beantwoorden is het goed eerst te kijken hoe welvaart eigenlijk ontstaat. Simpel gezegd wordt de welvaart van een samenleving, bijv. een land, bepaald door de productiemiddelen waarover dat land beschikt. In de zeventiende eeuw werden er in Nederland vele polders, kanalen en dijken aangelegd. Maar dat werd met de hand en met kruiwagens gedaan. In de twintigste eeuw, de eeuw dat de Zuiderzeepolders en de Deltawerken tot stand kwamen, beschikte Nederland hiervoor over alle mogelijke productiemiddelen, variërend van graafmachines en drijvende bokken tot vrachtwagens met tienwielaandrijving.

Van kruiwagen- naar vrachtwagen economie
Hoe heeft Nederland zich dan kunnen ontwikkelen van een “kruiwageneconomie” tot een “vrachtwageneconomie”? Dat is mogelijk geworden door 200 jaar industriële ontwikkeling. Men heeft geleerd hoe hoogwaardige staallegeringen kunnen worden gemaakt. Hoe schone en sterke verbrandingsmotoren kunnen worden geconstrueerd. Men beschikt over de productietechnologie om daarmee kranen, schepen en vrachtwagens te kunnen bouwen. En ga zo maar door.

Maar die industriële ontwikkeling komt niet “zomaar” uit de lucht vallen. Er is tijd en geld nodig voor fundamentele research en het stap voor stap ontwikkelen van alle noodzakelijke technologieën en fabricagemiddelen. Anders gezegd, er is investeringskapitaal voor nodig. Maar investeringskapitaal komt evenmin uit de lucht vallen. Investeringskapitaal is niets anders dan de spaargelden van burgers, die via banken en pensioenfondsen worden geïnvesteerd in deze industriële ontwikkeling. Hoe meer spaargeld er beschikbaar is, hoe meer investeringskapitaal er dus beschikbaar is en hoe sneller de industriële ontwikkeling kan plaatsvinden. En dat betekent meer productiviteit en daardoor een hogere welvaartsgroei met bijbehorende werkgelegenheid. En, meer productiviteit betekent ook altijd meer levenskwaliteit, door kortere en minder zware werkdagen. Een betere en efficiëntere omgang met grondstoffen en een schoner milieu. Hoe meer burgers sparen – sparen is economisch gezien “uitgestelde consumptie”- hoe beter het dus is.

Spaargeld vs “krediet per muisklik”
In het huidige monetaire systeem wordt investeringskapitaal ook via “krediet per muisklik” gecreëerd. Om te beginnen gebeurt dit in het zgn. fractionele banksysteem. Simpel gezegd wordt tegenover iedere Euro (Dollar) spaargeld die een bank ontvangt, tot soms wel 20 Euro aan krediet verstrekt. Spaargeld wordt zo vermenigvuldigd. Daarnaast kunnen centrale banken onbeperkt geld creëren. Zo mag bijv. de Europese Centrale Bank (ECB) onder voorwaarden Europese staatsobligaties kopen met geld dat eveneens met een muisklik wordt gecreëerd. Zo had per juni 2018 de ECB 40% van alle Europese staatobligaties opgekocht.

Het hoeft geen betoog dat al deze geldcreatie zal leiden tot veel ongewenste bijverschijnselen zoals inflatie en grote instabiliteit van de kredietmarkten leiden. Dat doet echter niet af aan het belang van “sparen” en spaargeld voor de welvaartsontwikkeling, maar pleit eerder voor een beteugeling van de kredietverschaffing “per muisklik”, iets dat naar verwachting van de auteur vroeg of laat ook zal gaan gebeuren. Daarom dus terug naar de rode draad van dit verhaal.

Hoe een overheid de welvaartsgroei remt
Er is echter nog een tweede partij die sterk bepalend is voor de hoeveelheid spaargeld die uiteindelijk als investeringskapitaal beschikbaar is. En dat is de overheid. Hoe meer een overheid in enige vorm aan belasting heft, hoe minder spaargeld er over blijft.

“Maar een overheid investeert toch ook” zullen veel mensen zeggen. Dat is maar zeer ten dele het geval. Overheidsinvesteringen zijn vaak politiek bepaald, bijv. als het gaat om energie. En zouden in een vrije markt lang niet altijd op de zelfde manier hebben plaatsgevonden. Een overheid is ook haast altijd minder efficiënt dan het bedrijfsleven. En voor het in stand houden van een grote en steeds verder uitdijende overheid met veel regelgeving- en controleorganen is ook veel geld nodig. Dan wordt kapitaal zelfs helemaal niet geïnvesteerd maar slechts geconsumeerd. Of anders gezegd, vernietigd.

Test case Zwitserland
Kort gesteld; hoe meer belasting, hoe minder investeringskapitaal door besparingen beschikbaar blijft. Dat dit ook in de praktijk klopt is te zien in de onderstaande grafiek. Zwitserland is het enige Europese land waar de welvaart consequent blijft groeien. In andere landen stagneert de welvaart min of meer, of neemt zelfs af. Wat is dan het verschil tussen Zwitserland en de rest van Europa? In Zwitserland ligt de belastingdruk op ca. 33% van het bruto nationaal product. In alle andere landen rond de 50%. Natuurlijk is er veel meer te vertellen over de onderlinge verschillen tussen Europese landen, denk alleen maar aan “regeldruk”, maar dat voert hier te ver.

Politieke keuzes
Maar daarmee stopt het verhaal over belasting niet. Want er is veel te kiezen als het gaat om de manier waarop belasting wordt geheven. Bijvoorbeeld worden inkomsten volgens een “vlaktax” belast of juist door een sterk oplopend tarief, waarmee hogere inkomens veel meer worden belast? De voorstanders van “nivelleren” kiezen ongetwijfeld voor het laatste. Maar daarmee worden juist die inkomens belast die anders in staat waren geweest veel meer te sparen. Het korte termijneffect is misschien dat er via de staat meer geld (subsidie) beschikbaar is voor de lagere inkomens. Op de langere termijn wordt de kip met de gouden eieren geslacht. Met als gevolg een lagere welvaartsgroei voor iedereen, maar relatief gesproken komt dat vooral bij de lagere inkomensgroepen het hardst aan.

Nivelleren binnen de EU
Het voorbeeld is zelfs door te trekken tussen landen binnen de EU. Door allerlei mechanismen, bijv. via het kunstmatig verlagen van de rente door de Europese Centrale Bank, vindt er ook nivellering plaats tussen Noord en Zuid Europa. Mensen mogen dat solidair vinden. Het netto resultaat zal een sluipende welvaartsafname zijn voor alle Europese landen. Ook dat is in de grafiek te zien. Duitsland vormt hier even een uitzondering vanwege de wereldweide vraag naar auto’s die vooral na 2009 (China) is ontstaan.

Tragisch misverstand
Samenvattend; nivelleren, ook tussen Europese landen onderling, leidt altijd tot een welvaartsvermindering voor iedereen. Maar mensen en ook landen, die het toch al niet breed hebben, zullen daar nu juist het meest onder leiden. Terwijl, paradoxaal genoeg, de voorstanders van nivelleren juist menen hen daardoor economisch gezien, een zetje in de goede richting te geven. Wat een tragisch misverstand.

Waarom komt het dan dat er altijd zoveel mensen voorstander zijn van nivelleren? In een economie waarin minder genivelleerd wordt, heeft iedereen het beter. Maar de verschillen zijn ook groter tussen de verschillende inkomensgroepen. Wanneer er genivelleerd wordt is er voor iedereen minder welvaart. Maar de verschillen zijn kleiner. En dat laatste vinden veel mensen bewust of onbewust kennelijk aantrekkelijker. Dat is al zo oud als de weg naar Rome. Onderstaand legt Margaret Thatcher het nog een keer haarfijn uit tijdens haar laatste debat in het Engelse Lagerhuis:

Mocht je meer over dit soort economische principes willen weten, dan is het boek Economie, Politiek en de Eurocrisis misschien iets voor jou. Hierin wordt o.a. uitgelegd hoe welvaart ontstaat en vergaat en wat voor weeffouten er in de Euro zitten.

Bio
Bert Wenkenbach heeft lang voor grote ondernemingen gewerkt en is verantwoordelijk geweest voor grote bedrijfsonderdelen. Hij heeft zo goed kunnen zien hoe economie in de praktijk functioneert. Hij wil mensen (weer) vertrouwd maken met de belangrijkste economische basisprincipes. Daartoe heeft hij het boek Economie, Politiek en de Eurocrisis geschreven. Het gaat over begrijpen hoe welvaart ontstaat en vergaat.